Trekvaart Leiden - Haarlem
Met name 'Boerhaave' bekeken
.
( H O O F D M E N U )


  [down] Herman Boerhaave  [up] 

Wie was Herman Boerhaave eigenlijk

.
  Herman   Boerhaave werd geboren in Voorhout. Zijn moeder, Hagar Daelder, een koopmansdochter uit Amsterdam, overleed in 1673
zijn vader, een dominee, hertrouwde toen hij 6 was. Als kind heeft hij vanaf zijn 12e jaar vijf jaar lang geleden aan een hardnekkige zweer aan zijn linker dijbeen, waarvoor vele artsen werden geconsulteerd en vele pijnlijke behandelingen werden toegepast. Deze ervaringen wakkerden waarschijnlijk zijn belangstelling voor de geneeskunde aan en verhoogden zijn inlevingsvermogen in het lijden van zijn patiënten.
.
  Op de latijnse school, waar hij in de vierde klas geplaatst werd (hij had al thuis onderwijs gehad, zijn vader had hem eigenlijk voor het domineesambt bestemd) onderscheidde hij zich door hoge cijfers en door steeds als de beste van de klas te eindigen. In 1682 overleed zijn vader plotseling, zijn vrouw en haar 9 kinderen met zeer weinig middelen van bestaan achterlatend. Boerhaave studeerde eerst, deels met hulp van giften van weldoeners, filosofie, theologie en wiskunde aan de universiteit van Leiden, waar hij in 1689 promoveerde op de dissertatie. De distinctione mentis a corpore , waarin hij de leerstellingen van Epicurus, Thomas Hobbes en Spinoza aanviel. Hierna ging hij geneeskunde studeren. In 1693 promoveerde hij in Harderwijk in de geneeskunde (waarschijnlijk omdat dat goedkoper was dan in Leiden
financieel zat hij in deze jaren erg krap) en vestigde zich als arts in Leiden. Hij was zeer honkvast: de reis naar Harderwijk, op 15 juli 1693 haalde hij daar zijn doctorale graad, zou de langste reis van zijn leven blijven.
.
  Hij wilde nog steeds geneeskundige worden, maar daarnaast ook het predikambt uitoefenen. Doch door omstandigheden kwam hierin verandering. Naar aanleiding van een dispuut over Spinoza dat plaats vond in een trekschuit , en tijdens welk dispuut Boerhaave de spreker vroeg of hij Spinoza weleens gelezen had, ontstond de laster, dat Herman Boerhaave spinozist, zelfs godloochenaar zou zijn.
Hoe zijn vrienden ook probeerden deze laster te weerleggen, het mocht niet baten. Dit deed herman besluiten af te zien van het prediktambt en zich geheel te wijden aan de geneeskunde.
.
  In 1701 werd hij benoemd tot lector geneeskunde aan de Leidse universiteit. In zijn inaugurele rede, De commendando Hippocratis studio , beval hij deze grote leermeester aan zijn studenten aan ter navolging.
.
  In 1709 werd hij in Leiden hoogleraar in de botanie en geneeskunde, en verrichte in die functie veel goed werk, niet alleen voor de universiteit maar ook voor de Leidse botanische tuin, waar hij veel verbeteringen en uitbreidingen in aanbracht en vele nieuwe soorten beschreef.
.
  In september 1710 trad hij in het huwelijk met Maria Drolenvaux, dochter van een rijk koopman. De akte van ondertrouw in het Register der Leidsche huwelijksafkondigen vermeldt:
.
,, Aangeteykent den 29e Augusti 1710: d'Heer Herman Boerhaave, med. Dr. en Professor Botanicus . in den Universiteyt alhier, jongman van Voorhout , wonende in den Nonnesteegh, vergeselschapt met Ds. Jacobus Boerhaave, Bedienaar des Goddelijken woords alhier, syn Broeder, wonende opt Steenschuur 1, met Juffr. Maria Drolenvaux, jongedr. van Leyden, inwonende op de Hoogelandsche Kerkgraft, vergeselschapt met Juffr. Johanna du Pier, haar grootmoeder, wonende op den Ouden Rhijn.''
.

.
Ze kregen vier kinderen waarvan er slechts een, Maria Joanna, de volwassen leeftijd bereikte en hem overleefde.
.
  In augustus 1724 kocht hij het landgoed ,, Oud Poelgeest''. Op dit buitengoed vond hij nog tijd voor ontspanning. Hij was een groot liefhebber van muziek en speelde gitaar en viool, reed paard, maakte gedichtjes of hield zich bezig met planten en zaaien in zijn grote tuin.
.
  In 1714 werd hij benoemd tot rector magnificus van de universiteit, en volgde Govert Bidloo op als hoogleraar praktische geneeskunde. Hier introduceerde hij het nieuwe instituut van de klinische les. Vier jaar (1718) later werd hij ook benoemd tot hoogleraar chemie. In 1728 werd hij gekozen in de Académie Française, in 1730 in de Royal Society in Londen.
.
  Boerhaave deed de hippocratische methode van onderwijs aan het bed herleven, en hij hechtte grote waarde aan een obductie na de dood waarmee de samenhang tussen afwijkingen en verschijnselen werd aangetoond. Het syndroom van Boerhaave, de zogen. ruptuur van de slokdam bij hevig braken, is naar hem genoemd
hij beschreef het naar aanleiding van de ziektegeschiedenis van een admiraal van de Nederlandse vloot die hij behandeld had.
Hij heeft de klinisch-pathologische conferenties ingevoerd die ook tegenwoordig nog een belangrijk onderwijsmiddel zijn. Hij combineerde de beste elementen uit vele wetenschappelijke tradities. Zijn methoden werden door een groot aantal studenten die uit alle landen kwamen om van hem te leren, door Europa verspreid. Twee van zijn boeken, Institutiones Medicinae (1708) en Elementa Chemiae (1724) bleven decennia lang standaardwerken.
.
  Vlak voor zijn dood heeft hij kennis gemaakt met de jonge Linnaeus, net afgestudeerd aan de Universiteit van Harderwijk. Hij herkende in hem een groot wetenschappelijk potentieel, en stelde hem voor aan George Clifford, een vermogend bankier met een buitenhuis in Heemstede. George Clifford was patient van Boerhaave en hypochonder. Boerhaave vertelde Clifford dat hij een arts in dienst moest nemen om op zijn dieet te letten, en hierdoor is Linnaeus in dienst gekomen bij Clifford, als lijfarts. Dankzij Clifford's uitgebreid verzameling planten en dieren van zijn contacten met de VOC, heeft Linnaeus zijn beroemde Hortus Cliffortianus geschreven.
.
  Hij was de eerste die de thermometer gebruikte voor het opnemen van koorts. Hij was een genie, want tijdens zijn leven werd hij al geeerd. Want toen hij in 1722, na vijf maanden met reuma op bed te hebben gelegen zijn werk hervatte, uitte de stad Leiden haar grote vreugde over zijn genezing door illuminatie en openbare feesten. Echter in 1724 werd hij wederom door dezelfde ziekte overvallen. Hierdoor zag hij zich genoodzaakt het professoraat in de chemie en in de botanie neer te leggen en het klinisch onderwijs aan anderen over te laten. Zijn colleges bleef hij echter geven en voor zover zijn krachten dat toelieten ook de geneeskunde beoefenen.
.
Hij bemerkte in 1737 dat hij aan een hartkwaal leed, waaraan hij dan ook op 23 september 1738 overleed. ,, Der medicijnen son, 't orakel van zijn tijd '' werd in de Pieterskerk in Leiden begraven.
.

Start Auteurs Bron Agenda Uitleg Actueel Vlootshow History Boek/Actie Reacties Links Zoeken
Verhalen Poelgeest Trekschuit Tolhuysch Postbrug Strandwallen Algemeen Boerhaave ZwarteTulp Keukenhof Manpadt Haarl_Meer
Leiden Oegstgeest Warmond Voorhout Noordwijk Noordw_hout Lisse Hillegom Vogelenzang Bennebroek Heemstede Haarlem

Bewerkt: zaterdag 3 november 2018