Trekvaart Leiden - Haarlem

( H O O F D M E N U )

Start Auteurs Bron Agenda Uitleg Actueel Vlootshow History Boek/Actie Reacties Links Zoeken
Verhalen Poelgeest Trekschuit Tolhuysch Postbrug Strandwallen Algemeen Boerhaave ZwarteTulp Keukenhof Manpadt Haarl_Meer
Leiden Oegstgeest Warmond Voorhout Noordwijk Noordw_hout Lisse Hillegom Vogelenzang Bennebroek Heemstede Haarlem

Bewerkt: zaterdag 3 november 2018

.


  [down] Stadtsgesigt Leyde c.1675.  [up] 
(klik op de plaat voor 'n vergroting)
Afb.(c) DB
  In de Gouden Eeuw was Leiden met al zijn rijkdom en academische faam de tweede belangrijkste stad van Nederland. In die sfeer leeft de gezellige authentieke Leidenaar in de fraaie historische binnenstad met al zijn grachten al eeuwen samen met de minstens zo gezellige student, de wekelijkse kaasmarkt en de textielindustrie. Rembrandt van Rijn is in Leiden geboren. De beroemdste Leidenaar zou nu in de pittoreske straten en stegen nog altijd zijn weg vinden en tegelijk nog veel ontdekken. Leiden is niet voor niets… de Stad van Ontdekkingen.
.
  Geen stad heeft zoveel beroemde schilders afgeleverd als Leiden: Rembrandt van Rijn, fijnschilder Gerrit Dou, de vrolijke herbergier Jan Steen, Jan van Goyen, Isaac Claesz. van Swanenburgh (1537-1614), Lucas van Leyden, maar ook Theo van Doesburg, die in Leiden De Stijl oprichtte.
.
  Geen stad heeft zoveel fantastische musea bij elkaar. Naturalis (speelse natuurhistorie), 's Werelds eerste botanische tuin, de Hortus Botanicus (sinds 1590), Rijksmuseum van Volkenkunde, Rijksmuseum van Oudheden (o.a.Egypte), Museum Boerhaave (wetenschap), Het Sieboldhuis (Japan), Stedelijk Museum De Lakenhal (Rembrandt en Leiden) en Molen De Valk.
.
  En geen stad reikte de wereld zoveel wetenschappers aan. Nobelprijswinnaars Pieter Zeeman, Hendrik Lorentz, Willem Einthoven en Heike Kamerling Onnes (-273°). Clusius (eerste tulp), Hugo de Groot (boekenkist), Herman Boerhaave (geneesheer), Thorbecke (grondwet) , Einstein (relativiteitstheorie)… allemaal Leiden.
.
  Geen stad inspireerde zoveel schrijvers:
Willem Bilderdijk, Hieronymus van Alphen (“Jantje zag eens pruimen hangen…” ), Nicolaas Beets (Camera Obscura), Albert Verweij, J.C. Bloem, Boudewijn Büch en Jan Wolkers. En nog steeds:
Maarten ’t Hart, Frits van Oostrom en Willem Otterspeer. Logisch dat er juist in Leiden 101 prachtige muurgedichten zijn aangebracht.
.
  Geen stad trekt zoveel mensen als Leiden’s Ontzet. Iedere 3 oktober betekent door de zege op de Spanjaarden in 1574, een stad vol met feestende Leidenaars, oud-Leidenaars en andere belangstellenden. Maar ook feesten, zoals de Leidse Lakenfeesten, Leiden Marathon, Rembrandtfestival, Culinair Festival en de Blues- en Jazzweek zorgen voor veel drukte en gezelligheid in de Leidse Binnenstad.
.
  In Leiden hangt tussen de historische gevels een moderne sfeer van winkelen, terrassen en uitgaan, de sfeer van de Leidenaar met zijn uitgesproken Bourgondische inslag. De cultuur-historische ambiance is nu het decor van een prettig hedendaags leven, waarin de bezoeker van harte welkom is en vooral… veel ontdekkingen doet.
.


  [down] Gezicht op Leiden, gezien door de ogen van J.E. Kikkert  [up] 
(1873)
Afb.(c) RAL


  [down] Tekening van stellingen rond Leyden (c.1572)  [up] 
(tekening door Hans Lieferinck)
Afb.(c) MVL


  [down] Vervoer over weg en water.  [up] 
Afb.(c) GOIBT
  Postkoets en de trekschuit in een der grachten bij Leiden. Op deze oude schoolprent is het Poortgebouw nog net zichtbaar.
.


  [down] Tekening in Oost-Indische inkt met pen en penseel
van Paulus Constantijn la Fargué (juli 1771)
 [up] 
Molen 'De Hollandsche Tuyn' aan de Zoeterwoudse Singel in Leiden.
Afb.(c) RVD
  De Nederlandse kunstenaar Paulus Constantijn La Fargue werd in 1729 geboren in Den Haag. La Fargue was een telg uit een kunstenaarsgezin. Ook de drie broers en zuster waren schilders.
.
  Paulus Constantijn La Fargue legde zich in eerste instantie toe op het vervaardigen van kamerbehang. Hij werkte onder meer in opdracht van de Haagse kunsthandelaar Gerard Huet. Later specialiseerde hij zich echter in het tekenen en schilderen van stadsgezichten en landschappen. De tekeningen van La Fargue zijn spontaner, dan zijn statisch aandoende schilderijen. Tot 1770 legde hij vooral landschappen in Den Haag en Rotterdam vast. Na dit jaar schetste hij ook in en rond de plaatsen Delft, Haarlem, Leiden en Amsterdam.
.
  Naast landschappen maakte La Fargue ook afbeeldingen van actuele gebeurtenissen, portretten en genrestukken. Zijn werk verscheen ook in boeken. Paulus Constantijn La Fargue overleed in 1782 in 's-Gravenhage.


  [down] Stoomlocomotief op station Leiden  [up] 
We kijken in noordelijke richting, de 'Rhynsburgherwegh' af
we staan op het stationsplein bij de tramhalte.
Afb.(c) AV


  [down] In 1937 was er nog ruimte voor het station  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] De spoorwegovergang Stationstraat Leiden  [up] 
(let op de tram / trein kruising in de overweg)
Afb.(c) AV


  [down] Standbeeld Herman Boerhaave aan de Stationsstraat Leiden  [up] 
Afb.(c) AV
(nadien van hier verplaatst naar de Rijnsburgerweg, to. AZL oude ingang)


  [down] Beestenmarkt - Leiden  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] De Stille Hooigracht circa 1926  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] Vrachtschepen in de Nieuwe Rijn, tussen Hartesteeg en Hooigracht  [up] 
Afb.(c) RVD


  [down] Het Gangetje, nog niet gedempt.  [up] 
(rechts het bedrijf van Nutrix)
Afb.(c) AV


  [down] Veerdienst Galgenwater in Leiden
Aquarel door J.E. Kikkert (1843-1925).
 [up] 
(de verbinding werd in 1916 opgeheven)
Afb.(c) DB
LEIDEN, de stad van Rembrandt van Rijn

.
  [down] Een wandeling door Leiden  [up] 
  Op onze wandeling door Leiden komen wij veelvuldig sporen tegen van Rembrandt van Rijn. Ook bezoeken wij enkele van de vele hofjes die Leiden zo interessant maken. Op het Galgewater horen we van de historie hierontrent en bewonderen de vele schepen die hier aan de kade afgemeert liggen. De molen aan de Morspoort vertelt ons zijn geschiedenis. Een wandeling door Leiden is wandelen door de historie.
.
Historie rond Leiden

.
  In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens sloeg in 1574 het beleg voor de stad. Nadat dit beleg was afgeslagen - het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 - kreeg de stad in 1575 een universiteit, de eerste van de Noordelijke Nederlanden. Hiermee betuigde stadhouder Willem van Oranje zijn erkentelijkheid aan de Leidenaren, die het beleg door de Spanjaarden hadden weerstaan, namens koning Filips II. (Dit laatste gaf blijk van een grote ironie. De tot 1580 volgehouden fictie dat de prins van Oranje "den koninck van Hispanjen altijd had geëerd", maar uitsluitend tegen diens gehate stadhouder in opstand was gekomen, diende ook om de mogelijkheid open te laten van een "verzoening" tussen opstandelingen en koning, maar dan wel op voorwaarden van de opstandelingen). Leidens ontzet wordt nog steeds jaarlijks op 3 oktober op grootschalige wijze gevierd. Op deze vrije dag ruikt de stad naar hutspot, en wordt op een centraal punt in de stad haring en wittebrood uitgedeeld.
.
  Tegen het einde van de 16e eeuw ontwikkelde Leiden zich tot een belangrijk centrum van drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels. De beroemde drukker Christoffel Plantijn was er enige tijd gevestigd. Een van zijn leerlingen was Lodewijk Elzevier (1547-1617), een telg uit een beroemd uitgeversgeslacht, wiens boekhandel en drukkerij de grootste van Leiden werd (de naam Elzevier werd enkele eeuwen later gebruikt door de grondlegger van het Elsevier-concern). In de 17e en 18e eeuw had Leiden een grote naam op het gebied van de (wetenschappelijke) uitgeverij en boekhandel.
.
  In de 17e eeuw komt de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. De stad, die voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners had geteld, waarvan tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven had verloren, was in 1622 tot 45.000 inwoners gegroeid. Mede ook door de aanleg van de handels trekvaart naar Haarlem, in 1657, terwijl omstreeks 1670 zelfs een aantal van tegen de 70.000 werd bereikt. In de Gouden Eeuw was Leiden, na Amsterdam, de grootste stad van Holland. De bevolkingsgroei maakte een aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. Het huidige centrum van Leiden, herkenbaar aan het singelpatroon, werd in 1659 voltooid.
(Bron: Wikepedia)


  [down] Het 'Rijnlandshuis', zetel van bestuur en administratie
van 't Hoogheemraadschap Rijnland aan de Breestraat in leiden
 [up] 
(c.1598)
Afb.(c) AV

.

  [down] De Breestraat ter hoogte van de Vrouwensteegh  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] Reproductie tekening C. Springer,
het Stadhuis van voor de brand in 1929
 [up] 
(Lakenhal - Leiden)
Afb.(c) AV


  [down] Het 'Raadhuis' te Leyden in de 16e eeuw.  [up] 
Afb.(c) DB


  [down] Het Rapenburg in Leiden.  [up] 
Afb.(c) GOIBT


  [down] Vismarkt in Leiden  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] De Zijlpoort - Leyden c.1678.  [up] 
Afb.(c) DB


  [down] Vrachtschepen in de Oude Rijn Leyden,
geheel links de bakkerij en graanpakhuis
 [up] 
Afb.(c) DB


  [down] De oude bakkerij aan de Oude Rijn  [up] 
Afb.(c) AV
  De bakkerij aan de Oude Rijn t.b.v. de armen, het pand stamt uit 1755 en er werden oa. granen opgeslagen ten behoeve van de huiszittende armen. Op de gevel is een steen aangebracht waarin gebeiteld staat: Graan Magazijn voor den Armen Anno MDCCIV. Aan de behoeftigen werd brood, gebakken van ongebuild meel, verstrekt. De achterzijde van het pand kwam uit aan de Haarlemmerstraat, waar oa. de soepkokerij was gevestigd. In 1932 is de luifel en in 1937 het zeer merkwaardig geconstrueerde dak gesloopt.
Op de achtergrond de Kerkbrug over de Oude Rijn.
.


  [down]Plaat van molen 'De Oranjeboom' en het 'Kruithuis Oostenrijk' in Leiden c.1904.  [up] 
Afb.(c) DB
  Stellingkorenmolen De Oranjeboom dateert uit 1734 en werd rond 1903/1904 afgebroken. De molen stond nabij de kruising van Geregracht en de Zijdgracht aan de oostzijde van de Koepoort op de vestwal bij het Kalverstraatje. De Oranjeboomstraat herinnert ons aan de molen.
.
  Van deze molen zijn best wel veel afbeeldingen bekend. De gevelsteen van de molen is later in de gevel van de meelfabriek aan de Oosterkerkstraat geplaatst. De Zijdgracht werd in 1886 gedempt. Na verbreding van de gedempte Zijdgracht kreeg het de naam Korevaarstraat, genoemd naar de vooruitstrevende wethouder Korevaar.
.


  [down] Gezicht op de Rijn - Leiden  [up] 
Afb.(c) HANNEKE


  [down] Molen 'de Oranjeboom' aan het molenerf gezien
vanaf de smalle brug langs het Philosophenpad
 [up] 
Afb.(c) AV


  [down] Oranjegracht - Leiden  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] Molen 'De Oranjeboom' aan het Plantsoen (c.1771)  [up] 
Afb.(c) RVD


  [down] Zijlgracht voor de demping in 1886  [up] 
Afb.(c) AV


  [down] Herdenkingspenning (Leiden) uit 1683  [up] 
Afb.(c) RAL
Klein is zij niet voor allen de enige.
(Navigatio = scheepvaart)

.


  [down] P.C. la Fargué - Herenpoort  [up] 
Leiden - 1772
Afb.(c) DB


  [down]Singel tussen Mare- en Rijnsburgse Poort.  [up] 
Afb.(c) DB
  Een tekening in oostindische inkt met pen en penseel van Paulus Constantijn la Fargué 1771. De Rijnsburgse Poort is in de verte te zien
de stadswal bevindt zich links. Na aanvankelijk behang te hebben ontworpen ontwikkelde Paulus zich tot een expliciet kunstenaar in stads- en dorps gezichten, met pen en penseel.
.


  [down]Houthandel Noordman aan de Haagweg Leiden.  [up] 
Afb.(c) RAL


  [down] Houtmarkt - Leiden  [up] 
Afb.(c) HANNEKE


  [down] Leiden, Bloemmarkt  [up] 
Afb.(c) GOIBT


  [down] Gezicht op het Rapenburg (P.C. la Fargué 1778)  [up] 
Afb.(c) MLL

.
  Het Rapenburg in Leiden staat te boek als mooiste gracht van Nederland. Dit gegeven heeft een historische grondslag. Naar wij vernamen is de in 1568 geboren predikant Johannes Polyander van Kerkchoven, geboren te Gent (Belgie) hiervoor verantwoordelijk.
.

  [down] Het Rapenburg in 1890  [up] 
Afb.(c) AV

.
  De in 1611 werkzame predikant in Dordrecht wordt namelijk hoogleraar aan de universiteit van Leiden en verhuist daarbij naar het Rapenburg. Dat beviel hem dermate goed dat hij nadien aan familie in Frankrijk schreef dat Holland volgens hem het mooiste land van de wereld is, Leiden de mooiste stad en het Rapenburg de mooiste gracht van Leiden!
.
  Het Rapenburg werd in circa 1200 gegraven en had eerst als functie slotgracht. Rond 1300 verliest de Nieuwe gracht (ook wel Der Stedevest genoemd) haar functie als verdedigingsveste en sinsdien wordt hij het Rapenburg genoemd.
.

  [down] Rapenburg in 2010  [up] 
Afb.(c) Google

.

  [down] Rapenburg vanaf de brug  [up] 
Afb.(c) Google


  [down] Gezicht op 'den Burght' over de Nieuwe Rijn  [up] 
Afb.(c) AV

De burchtheuvel van Leiden is vanaf nu een archeologisch rijksmonument. De Burcht van Leiden was al sinds 1968 een gebouwd rijksmonument. Het ronde bouwwerk dateert uit de tweede helft van de 13e eeuw en is mogelijk in opdracht van Floris V (1256 – 1299) gebouwd. De burchtheuvel is echter veel ouder: opgegraven houtconstructies uit de heuvel dateren uit het eind van de 9e eeuw, begin 10e eeuw. Met de aanwijzing als archeologisch rijksmonument heeft ook de burchtheuvel, waarin nog veel sporen uit de middeleeuwse geschiedenis van Holland bewaard zijn gebleven, een beschermde status gekregen.


  [down] Gravure op koper van 'Den Burgt'.  [up] 
Afb.(c) DB
Op 24 april 1651 kocht Stadt Leyden de burgt voor 70.000 van de toenmalige burggraaf Claude Lamoraal, prins de Ligne

.


  [down] De burght in 1578, tekening van Hans Lieferinck  [up] 
Afb.(c) RAL


  [down] Gravure op koper 'De Morspoort'.  [up] 
Afb.(c) DB


  [down] Toegangspoort Doelenkazerne 1915.  [up] 
Afb.(c) DB
  Deze poort, gebouwd in 1645, hoorde bij de vroegere St. Jorisdoelen. Paarden en kanonnen konden erdoor, zodat de poort behouden kon blijven.
.

  [down] De Morspoort Kazerne.  [up] 
Afb.(c) DB
  De Morspoortkazerne dateert van 1824 en is in 1854 vergroot. Op de Prentenbriefkaart anno 1909 is duidelijk te zien dat de vleugel aan het Galgewater later is verhoogd.
.

  [down] Een drietal 'Bereden Officieren'.  [up] 
Afb.(c) DB
  Sinds het begin van de 19e eeuw was Leiden een van de grootste Garnizoensteden van Nederland. Hier passeert een drietal 'Bereden Officieren', twee cavaleristen en een artillerist (de middelste) de hoek Noordeinde Kort Rapenburg, omstreeks 1905.
.
  In de 19e eeuw zou er enige verbetering optreden in de desolate sociaal-economische situatie, mede dankzij de spoorlijn, maar het aantal inwoners was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000 opgeklommen. Pas in 1896 begon Leiden zich uit te breiden buiten de 17e eeuwse singels. Vooral na 1920 vestigden zich nieuwe industrieën in de stad, zoals de conservenindustrie (oostelijke binnenstad) en metaalindustrie (Hollandse Constructie Groep). In 1866 werd de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera) die in 1868 leidde tot de start van de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis (waar nu het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd).
.
  In 1896 breidt Leiden uit buiten de singels door annexatie van delen van Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude (in 1920 en 1966 volgen nieuwe grote annexaties). De eerste door Leiden nieuwgebouwde wijk in dit gebied wordt de statige burgemeester- en professorenwijk ten zuiden van de Zoeterwoudsesingel. Met de bouw van deze wijk wordt in 1906 begonnen. Rond 1920 wordt het eerste grote sociale woningbouwproject, de wijk De Kooi, gerealiseerd.
.
  Tot groot verdriet van velen ging in de strenge winter van 1929 het stadhuis in vlammen op. Van het pand bleef alleen de gevel aan de Breestraat overeind staan. Wel waren enkele kostbare schilderwerken zeer kort voor de brand ter restauratie overgebracht naar een andere locatie.
.
  Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) zijn vrijwel geheel platgegooid.
.
  Het huidige Leiden profileert zich vooral als een centrum van wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie. Daarnaast speelt ook het toerisme een steeds belangrijkere rol in deze historische museumstad.

.


  [down] De ingang naar de Doelenkazerne  [up] 
Afb.(c) KVL


  [down] Leiden, Haven  [up] 
Afb.(c) GOIBT


  [down] Marekerk over de Oude Rijn bezien (P.C. la Fargué 1770)  [up] 
Afb.(c) DB


  [down] De geuzen naderen de Lammenschanspoort  [up] 
Afb.(c) LD


  [down]De Haarlemmertrekvaart, net voor Leiden.  [up] 
Afb.(c) BGL
  De Haarlemmertrekvaart vindt zijn oorsprong in Leiden bij de Mare. Hier een prent, waar links de houtzaagmolen 'De Herder', rechts een glimp van de nog steeds bestaande molen 'de Heem', molen 'de Valk' en in de verte een diversity aan kerktorens, o.a. de Marekerk en de Pieterskerk.
.

  In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval. Door protectionistische maatregelen in Frankrijk was de concurrentiepositie verslechterd. Bovendien moesten de lonen relatief hoog zijn, omdat de kosten van levensonderhoud in het gewest Holland hoog waren vanwege de hoge belastingdruk. De Leidse textielondernemers gingen toen delen van het productieproces verplaatsen naar "lage-lonenlanden": Twente en de omgeving van Tilburg! Het gevolg was een gestage daling van het inwonertal van Leiden, dat eind 18e eeuw tot 30.000 was gedaald en omstreeks 1815 een dieptepunt van 27.000 zou bereiken.
.
  Op 12 januari 1807 werd de stad door een catastrofe getroffen toen een aan de oostkant van het Rapenburg aangemeerd buskruitschip ontplofte. Ongeveer 150 burgers kwamen hierbij om het leven. Koning Lodewijk Napoleon bezocht persoonlijk de stad om de hulp aan de slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing veroorzaakte "Ruïne" werden later het Van der Werffpark en het Kamerlingh-Onnes-laboratorium aangelegd. In 1842 werd de voor Leiden zeer belangrijke spoorlijn naar Haarlem in gebruik genomen. In 1843 kwam de verbinding met Den Haag tot stand.

.

  [down] Daags na de kruit ontploffing in Leiden  [up] 
Afb.(c) RAL
  Het kruitschip lag om onbekend gebleven reden, aangemeerd bij het van der Werfpark Steenschuur), nadat het de dag tevoren daar via de Haarlemmertrekvaart was aangekomen. Alhoewel het niet exact bekend is vermoed men dat de kapitein een eitje aan het bakken was en hierdoor een enkel vaatje kruit ontplofte. Door die ontploffing ontstaken ook de andere 360 vaten buskruit en de ontploffing was zo luid, dat deze in het noorden van Drenthe werd gehoord.
Het gebeurde op 12 januari 1807, de schade was zeer groot, er sloeg een gat in de huizenrij van wel 300 meter en geen ruit bleef in de weide omtrek heel. De ramp kostte zeker aan 160 mensen het leven en er waren duizenden gewonden. Onderdelen van het kruitschip werden 900 meter verder aangetroffen.
.
  In 1481 vloog er ook al iets in de lucht in Leiden. Maar toen bleef de schade beperkt tot vernieling van het toenmalige stadhuis.
.
  Naar aanleiding van de Vuurwerkramp in Enschede werd in 2001 de Vuurwerkfabriek KAT bij de spoorlijn Leiden-Haarlem gesloten en in Culemborg herbouwd.


  [down] 12 Januari 1807 kruitramp Leiden.  [up] 
Afb.(c) RVD


  [down] Tekening kruitramp 12.01.1807  [up] 
Afb.(c) LD
  In Leiden zijn ze vermoedelijk dol op vuurwerk, want behalve de stadhuisramp in 1481 en de kruitschip-ramp in 1807 vliegt er elk jaar voor vele pgls's aan VUURWERK de lucht in rond de jaarwisseling.

De Langebrug was voorheen een gracht, de Voldersgracht (op de kaart van Blaeu "Vollers gracht"), genoemd naar de vele volders of vollers die hier ten tijde van de bloeiende Leidse lakenindustrie werkten. Aan het begin van de zeventiende eeuw werden de vervuilende bedrijvigheden verhuisd naar de de noordelijke binnenstad rond de Paradijs-, Mirakel- en Donkere gracht (die toen zelf de Volmolengracht ging heten, en later Vollersgracht).
.
De gracht vormde de grens van de percelen aan de Breestraat. Veel van de panden aan de Breestraat hadden aan de achterzijde een brug over de Voldersgracht, wat de indruk van één lange brug wekte. Dit verklaart de huidige naam. In 1670 werd de gracht geheel overwelfd.
.
De 'overwulfde' Voldersgracht of Langebrug werd door de buskruitramp van 1807 zwaar getroffen. Het kruitschip dat de ramp veroorzaakte lag afgemeerd bij de plek waar de gracht in het Steenschuur uitkwam. Het zuidelijk deel van overwelfde gracht werd hierdoor geheel verwoest. Het puin werd deels weggewerkt door het gedeelte tussen de Ketelboetersteeg en het Steenschuur te dempen. De gracht is in 1965 in zijn geheel gedempt.
  [down] Eric Ulje  [up] 


  [down] Kruitramp Leiden  [up] 
Afb.(c) RVD
In 1807 ontplofte aan het Steenschuur in Leiden een vrachtschip met 369 vaten buskruit aan boord. De ravage was onvoorstelbaar en er vielen veel doden en gewonden. De exacte toedracht van de ramp is nog steeds onduidelijk. Het is altijd als vast gegeven beschouwd dat de eigenaar is omgekomen. Maar recent onderzoek heeft aangetoond dat de schipper op het moment van de fatale klap thuis zat, in zijn herberg in Delft.
.
Lezing
Arti Ponsen, hoofdauteur van het boek Het Fataal Evenement. De buskruitramp van Leiden in 1807, geeft een lezing in De Lakenhal. Onder de titel Het verhaal van de schipper werpt zij nieuw licht op de oorzaak van de ramp.
.
Het begeleidende boek van Ponsen is in de museumwinkel te koop voor € 39,-.
.
071 - 516 53 60 of postbus@lakenhal.nl


Afb.(c) KVL

.

Afb.(c) KVL

.

Afb.(c) KVL


  [down] Situatieschets van begin van de Haarlemmertrekvaart  [up] 
Afb.(c) RAL
  Links is het Zuiden
De Mare is links, de stad inlopend, het witte gedeelte van onder naar boven is de Stadswal (deze is er niet meer). In deze wal was ook het Poorthuys (Marepoort), in het midden van de tekening zichtbaar.
Rechts loopt de “Haerlemmer Treck-vaert', daarlangs de Maredijk, de oude weg naar kasteel Poelgeest, 't Huys Abtspoel en zo naar Warmond. Naast de stadswal ziet u ook nog Stads Westgracht
tegenwoordig ook nog aanwezig.


  [down] Houtzaagmolen in Leiden  [up] 
Afb.(c) GOIBT


  [down] Het Buurtschap Groenoord bij Leiden.  [up] 
Afb.(c) GH
  Een kleine kaart uit circa 1850 waar goed de “Haerlemmer Treck-vaert' op zichtbaar is en de eerste bebouwing erlangs. Ook zie je duidelijk de boerderij van de fam. Zwetsloot (inmiddels gesloopt).
.


  [down] De Marepoort te Leyden.  [up] 
Afb.(c) DB
  De locatie van de stallen van de trekpaarden, vlak buiten de Marepoort in Leiden.

Veerdienst op de 'Die Maern' in Leiden
Dit is dat Hueg Spruyt ende Paidze Pieterszoen als vestmeesters ontfangen ende uutgegeven hebben van der stede wegen van Leyden, beghinnende t’ Sinte Martijnsdage in den winter anno 1400 een ende ’tsestich duerende tot Sinte Martijnsdage toe anno 1462
dat’s een termijn van enen helen jare, in welken zij rekenen 15 placken voir ’t pont
.
Eerst ontfanck
.
Van den poortmeesters ontfaen alse Jacop van Zonnevelt, Buckel Heerman, Jacop van Noorde ende Willem van Zwieten all ’tghene dat sij van poorters ontfangen hebben na uutwijsinge hore rekenynge ende beloipt 64 £
Van den poortmeesters voirscr. ontfaen all ’tghene dat van correxiën gecomen is an gelde na uutwijsinge hore rekenynge ende beloipt 8 £
Van den poortmeesters voirscr. noch ontfaen all ’tghene dat die vestmeesters voirscr. hemluyden ter rekenynge gebrocht hebben ontfaen van alrehande cleyne perchelen na uutwijsinge hoir rekenynge ende beloipt 37 sc

.


  [down] Buurtschap 'Groenoord' aan de “Haerlemmer Treck-vaert'  [up] 
Afb.(c) HG
  De rivier 'Die Maern' vindt zijn oorsprong bij de nu geheten Maredijk (Groenoord), waarvan hier een afbeelding. Vanaf de aanleg van de vaart in 1656 heet het tot op heden “Haerlemmer Treck-vaert'.


  [down] de 'Die Maern' bij Leiden.  [up] 
Afb.(c) GH
  Links de Maredijk, in de verte links de molen 'De Herder' en rechts (aan de horizon) ziet u nog huize 'Groenoord'. De spoorlijn lijkt op deze afbeelding nog niet aanwezig
hij dateert naar zeker te zeggen van voor 1850.
.


  [down]Situatie Haarlemmertrekvaart in de omgeving van stellingmolen 'De Herder'.  [up] 
Afb.(c) HHSRH
  De route werd nadien nog eens gewijzigd i.v.m. de aanleg van het spoortraject bij de komst van de trein na 1842.

Stellingmolen 'De Herder' (Anno 1884).


  Deze stellingmolen werd in 1884 gebouwd nadat de voorganger, een paltrok, op 5 september 1883 door blikseminslag werd verwoest. Voor de herbouw werd houtzaagmolen De Kat vanuit Amsterdam naar Leiden overgebracht.
.
  Tot ca. 1926 functioneerde de molen op windkracht. Na installatie van moderne snelzaagramen was de windkracht molen tot 1941 niet meer in gebruik. In dat laatste jaar werd 'De Herder' met kunst- en vliegwerk weer maalwaardig gemaakt, maar na de oorlog kwam de molen definitief tot stilstand.
Tussen 1941 en de restauratie van 1965 was de molen 'half-verdekkerd': Oudhollands met een stroomlijnneus aan de achterzijde.
De restauratie van 1965 leidde niet tot nieuwe activiteit: de molen verkeerde in behoorlijke staat en werd goed onderhouden maar draaien was er niet meer bij. Pas vanaf 1975 werd er weer door een vrijwillig molenaar gedraaid. Ondertussen werd een nieuwe grote restauratie steeds meer noodzakelijk.
Tenslotte werd de molen eind jaren '80 stilgezet. Vooral de vierkante onderbouw was erg slecht: feitelijk stond de molen op een zeker moment nog maar op twee van de vier poten!
Een door de eigenaar voorgesteld plan om de molen draaivaardig te restaureren maar tevens ook in te richten als woning, stuitte eind jaren '90 op veel weerstand in molenkringen.
Uiteindelijk werd de molen tussen 1998 en 2000 toch gerestaureerd en is er een woning naast de molen gebouwd in een stijl, die veel op de zaagschuren lijkt.
.
  In de molen is de oude snelzaagmachine uit 1920 teruggeplaatst en deze kan in principe met windkracht worden aangedreven. Van de oorspronkelijke aandrijving resteren, behalve bovenwiel en bovenschijf, nog het spilwiel en het krukwiel. Opmerkelijk en weinig bekend is dat de kokers, waardoor het vangtouw vroeger van buitenaf naar de zaagvloer kon worden geleid, alle nog aanwezig zijn (zij het ongerestaureerd).
.
  De molen wordt tegenwoordig af en toe in werking gesteld door enkele medewerkers van molenmakerij Verbij.
Ruud Bax is degene die de foto nam. Ruud is zelf molenaar op de Hoogmadese Wip molen.
.

  [down] Een oude foto van molen 'De Herder'.  [up] 
Afb.(c) MDB

.
Een stukje historie over de Maerne,
Het riviertje de Mare is een van de drie waterlopen op het knooppunt waarvan Leiden is ontstaan. Over de Maredijk, aan de westzijde van het water, liep vanaf de vroege middeleeuwen een belangrijke noord-zuidroute. De bebouwing aan deze dijk is tot aan de 19e eeuw beperkt gebleven tot wat verspreid liggende boerderijen en kleine huizen. In de 19e eeuw is de dijk geleidelijk aan bebouwd geraakt. In 1896 kwam het gebied aan de gemeente Leiden. Het deel van de dijk waar het huidige pand Maredijk 161 ligt, werd in de loop van de tweede helft van de eeuw opgekocht door de familie Van Hoeken. Deze familie bezat een houthandel, en de daarbij behorende zaagmolens. Daarnaast vervulden J.J. van Hoeken en J.A. van Hoeken een aantal politieke functies in de gemeenten Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest en in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Een deel van de houthandel was gevestigd aan de Maredijk. Gaandeweg kocht de familie de aangrenzende percelen, deels om zelf te gebruiken, deels als investering. De houthandel en de houtzagerij, zowel als de scheepsbouw vond hier langs de oever van de Mare plaats.


  [down] Molens aan de Haarlemmertrekvaart.  [up] 
Afb.(c) RVD
  De wipmolen aan de Maredijk (Anno 1735) tussen de 'Haerlemmer Treck-vaert' en Boerhaavelaan.
.

  [down] Molen 'De Herder'  [up] 
Afb.(c) RVD
  De Haarlemmertrekvaart, vroeger de 'Die Maern' geheten was toen heel wat breder dan men nu, gezien de huidige afmetingen zou vermoeden. Door de loop der jaren zijn namelijk de aanliggende rietlanden dichtgeslibt met zand en ander materiaal en hierbij is de oorspronkelijke rivier behoorlijk versmald. Tenslotte werd hij, t.b.v. de aanleg van de vaart, in 1644 ook nog gekanaliseerd.
.
  Ook is er een verplaatsing geweest van de trekvaart. Toen de spoorweg werd verbreed, werd de trekvaart bij Leiden omgelegd: daardoor kwam de molen ('n paltrok) naast de Haarlemmertrekvaart te liggen.
.

Hollanders en het water


  [down] Spreuk bij Leidens Ontzet c.1574.  [up] 
Afb.(c) RVD


  [down] Jan Jansz Orlers was in 1633 Burgemeester van Leiden  [up] 
Afb.(c) RAL

Rembrandt van Rijn

De Nachtwacht


.

  [down] klik op link (boven) en zoom in  [up] 

.

  [down] Een musket  [up] 

.

  [down] Saskia van Uylenburgh, zijn vrouw  [up] 

.

  [down]Tot op detail te bewonderen  [up] 

.


.
Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden, 15 juli 1606 of 1607 – Amsterdam, 4 oktober 1669) was een Nederlands kunstschilder
hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Hollandse meesters van de 17e eeuw. Rembrandt vervaardigde in totaal ongeveer driehonderd schilderijen, driehonderd etsen en tweeduizend tekeningen. Zijn werk behoort tot de Barok en hij is zichtbaar beïnvloed door het Caravaggisme, alhoewel hij nooit naar Italië is geweest. Zijn opmerkelijke beheersing van het spel met licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten (clair-obscur) neerzette om zo de toeschouwer de voorstelling binnen te leiden, leidde tot levendige scènes vol dramatiek.
.
Rembrandt beschouwde zichzelf vooral als een historie- en portretschilder. Hij was een zelfverzekerde man die in alle levensfasen door iedereen bewonderde zelfportretten maakte. Zijn honderd geschilderde en twintig geëtste zelfportretten geven een opmerkelijk scherp beeld van zijn uiterlijk en zijn gevoelens.
.
Behalve zijn vrouw Saskia van Uylenburgh, en zijn zoon Titus van Rijn zijn ook zijn huishoudsters, vriendinnen Geertje Dircx en Hendrickje Stoffels nadrukkelijk in zijn schilderijen aanwezig en hebben gefungeerd als model voor bijbelse, mythologische of historische figuren.
.
Levensloop Rembrandt van Rijn werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren in de Weddesteeg, als negende kind van de molenaar, Harmen Gerritsz en een welgestelde bakkersdochter Neeltje van Zuytbrouck. Zijn vader was molenaar van de nu verdwenen standerdmolen De Rijn. Rembrandt bezocht de Latijnse school en werd op bijna 14-jarige leeftijd door zijn ouders ingeschreven aan de universiteit van Leiden. Waarschijnlijk bleef het daarbij omdat Rembrandt te kennen gaf dat hij liever schilder wilde worden.
.
Al sinds 1619 was hij in de leer bij de Leidse historieschilder Jacob van Swanenburgh. Dat hield hij tot 1622 vol. Tussen 1622 en 1624 woonde en schilderde Rembrandt in een huis op het Gerecht in Leiden, waar zich op de tweede verdieping een ruim atelier bevond. In 1625 vertrok hij naar Amsterdam om in de leer te gaan bij de toen toonaangevende schilder Pieter Lastman, van wie hij leerde composities op te bouwen. Uit dat jaar dateert ook zijn oudst bekende schilderij. Vervolgens opende Rembrandt een atelier in Leiden, waar hij veel samenwerkte met zijn vriend, studiegenoot en collega Jan Lievens. In 1627 nam Rembrandt voor het eerst leerlingen aan, onder wie Gerrit Dou en Isaac de Jouderville. Een van de eerste Amsterdamse kopers van zijn werk was Joan Huydecoper van Maarsseveen.
.
In 1631 was Rembrandt al zo bekend - Constantijn Huygens, secretaris van de stadhouder en kunstkenner was uitermate lovend over de trefzekerheid en levendigheid van de baardeloze jongeman - dat hij verschillende opdrachten kreeg, onder meer van Nicolaes Tulp. Hij verhuisde naar Amsterdam en kocht zich in bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh, die hem nog meer opdrachten bezorgde, zoals een portret van Johannes Wtenbogaert. Rembrandt produceerde in deze jaren een nooit meer geëvenaard aantal schilderijen waaronder een portret van de toneelschrijver en dichter Jan Harmensz. Krul. In 1634 trouwde Rembrandt met Hendricks nicht Saskia van Uylenburgh. Ze was geen boerin uit Waterland, zoals Arnold Houbraken veronderstelde, maar kwam uit een goede familie zoals door Wopke Eekhoff werd ontdekt [6]: haar vader Rombertus van Uylenburgh was ooit burgemeester van Leeuwarden
haar zwager was de Poolse theoloog Johannes Maccovius
haar nicht Hendrickje was getrouwd met de Friese schilder Wybrand de Geest
haar nicht Aeltje was getrouwd met Johannes Silvius, de predikant van de Oude kerk en getuige bij het huwelijk. Ook Aeltje kan Saskia, die in St.-Annaparochie woonde bij haar oudere zus Titia, met Rembrandt in contact hebben gebracht. Titia of Tietje was met de plaatselijke grietenijsecretaris getrouwd. Het huwelijk is aldaar voltrokken, zonder de aanwezigheid van Rembrandts familie.
.
Sint Antonies breestraat, het echtpaar woonde in bij Willem Boreel in een voornaam huis aan de Nieuwe Doelenstraat, genaamd De Suijkerbackerij. In 1639 verhuisden Rembrandt en Saskia naar een eigen huis in de Sint Antoniesbreestraat: een straat met veel kunstenaars en aan het begin van de Joodse buurt. Het voormalige woonhuis is nu het museum Het Rembrandthuis, aan de Jodenbreestraat. Hoewel het ze financieel voor de wind ging - Rembrandt erfde 10.000 gulden van zijn moeder - kreeg Saskia commentaar van haar familie en voormalig voogd dat ze haar geld erdoorheen joeg. Rembrandt nam een andere kunsthandelaar aan de hand, Joannes de Renialme die op de Kloveniersburgwal woonde.
.
Rembrandt en zijn vrouw kampten met verschillende tegenslagen
driemaal moest vlak na de geboorte een kind worden begraven maar in 1641 kregen ze een zoon die ze Titus noemden, naar Saskia's zuster Titia. Toen Saskia op 14 juni stierf - ze had Rembrandt een week eerder laten beloven dat hij nooit opnieuw zou trouwen - nam hij de weduwe Geertje Dircx uit Ransdorp als verzorgster in dienst.
.
Van het een kwam en het ander, en het stel ging met ruzie en juridische processen uit elkaar
Geertje daagde Rembrandt voor de Huwelijkskrakeelkamer, waar o.a. Jacob F. Hinlopen hun zaak behandelde. Met behulp van haar broer en haar nieuwe buren kreeg Rembrandt het voor elkaar om haar een aantal jaren in een spinhuis in Gouda te laten opsluiten. Rembrandt betaalde voor de reiskosten en was verplicht tot alimentatie. Het ging hem blijkbaar niet in de koude kleren zitten, want hij produceerde bijzonder weinig in 1649.
.
Inmiddels was Hendrickje Stoffels de opvolgster van Geertje geworden. In 1654 kreeg zij een officiële berisping van de Gereformeerde kerk, omdat zij 'in hoererij' leefde met de schilder. Hendrickje werd drie keer opgeroepen om voor de kerkenraad te verschijnen.[11] Rembrandt werd niet vermaand omdat hij geen officieel lidmaat was. In datzelfde jaar kregen ze een dochter die ze Cornelia noemden, naar Rembrandts moeder.
.
Rembrandt leefde in die tijd boven zijn stand. Met regelmaat kocht hij exotische voorwerpen zoals bijzondere kledingstukken, die hij vaak in zijn schilderijen gebruikte. Al jaren stroopte Rembrandt veilingen af om kunst te kopen, soms dure prenten van de door hem bewonderde Lucas van Leyden. In 1656 kon hij zijn verplichtingen niet meer nakomen om de leningen voor zijn huis af te betalen. Burgemeester Cornelis Jan Witsen wilde zijn uitgeleende geld terug en vroeg Rembrandts faillissement aan. De inventarisatie van het gehele bezit volgde en deze 363 nummers tellende lijst vormt een belangrijke bron voor inzicht in Rembrandts leven. Tegenover armetierige huisraad stond een rijkdom aan kunstvoorwerpen. Naast schilderijen en een verzameling antieke portretten, wapens enz. enz. moet vooral de collectie tekeningen en grafiek worden genoemd. Een belangrijk deel kwam terecht bij de schilder Jan van de Cappelle.
.
Op een veiling onder leiding van Jacob J. Hinlopen werden in 1658 Rembrandts huis en inboedel verkocht. De nieuwe eigenaar moest twee kachels en de schotjes overnemen die op zolder stonden opgesteld en het pand ging drie keer onder de hamer voordat het was verkocht.[14]
.
Rembrandt betrok een kleinere huurwoning op de - tegenwoordig - Rozengracht 184, niet ver van de zeeschilder Jan Abrahamsz. van Beerstraten. Rembrandt moet tijdens de afwikkeling van het faillissement deskundige juridische adviseurs hebben gehad, want Titus had inmiddels zijn vader benoemd tot enige erfgenaam, en de familie Uylenburgh had het nakijken. Hendrickje en Titus werden eigenaars van de schilder- en kunsthandel, zodat Rembrandt ongeplaagd door crediteuren in het atelier op de Bloemgracht kon blijven produceren. Het is niet onmogelijk dat Rembrandt in 1661 via bemiddeling van Jan J. Hinlopen opdracht kreeg voor de levering van een Claudius Civilis voor het in aanbouw zijnde stadhuis. In het volgende jaar kwam de belangrijke opdracht voor het schilderij De Staalmeesters.
.
Hendrickje overleed in 1663 en Titus in 1668, niet lang nadat hij zijn nicht had getrouwd. Rembrandt had in de tussentijd zijn drie laatste zelfportretten geschilderd. Cosimo III de' Medici had in 1667 bij een bezoek tevergeefs geprobeerd een portret bij hem te kopen, wat hem bij een tweede bezoek twee jaar later wel lukte. Rembrandt had een voorstudie gemaakt voor een altaar in of rond Genua. Er was flink onderhandeld over de prijs.
.
De voorstudies zijn verscheept, maar nooit aangekomen. Rembrandt stierf op 4 oktober 1669 en werd vier dagen later begraven in een gehuurd graf in de Westerkerk. De nabestaanden betaalden 15 gulden aan de koster, een voor die tijd aanzienlijk bedrag, omdat Rembrandt geen eigen graf bezat. In de schamele boedel bevond zich een helm die toebehoord zou hebben aan Gerard van Velzen. Aan zijn kleinkind Titia werd in 1671 een bedrag van 3.150 gulden uitgekeerd, afkomstig uit de verkoop van schilderijen. Zijn bastaarddochter Cornelia vertrok in dat jaar met haar man naar Oost-Indië om daar fortuin te zoeken.
.
De naam "Rembrandt" is een spellingsvariant van de voornaam Rembrant. Als zijn naam voor de allereerste keer in de archieven voorkomt bij zijn inschrijving in 1620 aan de Leidse Universiteit, is 'Rembrandus' gebruikt (een latinisering van zijn naam, in die tijd gebruikelijk in wetenschappelijke kringen).
.
Voor 1633 bestonden zijn vroegste handtekeningen uit een "R", of het monogram "RH" of "RHL" (voor Rembrant Harmenszoon en voor Leiden). In 1632 gebruikte hij voor het eerst enkel zijn voornaam. In 1633 voegde hij een "d" toe, wat hij van dan af aan voor al zijn schilderijen handhaafde. Met de praktijk van het ondertekenen van zijn werk met zijn voornaam, stelde hij zich op één lijn met de Italiaanse grootheden Michelangelo, Titiaan en Rafaël, die algemeen werden erkend als de allergrootste kunstenaars en ook bekend stonden met hun voornaam.
.
[RvR] Techniek Volgens Karel van Mander zijn er twee manieren om te schilderen: wild of fijn. Rembrandt wist beide technieken te combineren. Door zijn vrije en trefzekere techniek kon Rembrandt zich veroorloven met de kwast een schilderij meteen ruw op te zetten. De meeste schilders maakten eerst een ondertekening in houtskool.
.
Bovendien gebruikte Rembrandt, meer dan tijdgenoten, een dikke onderschildering. De witte onderschilderingen zijn vervolgens met doorzichtige verf in een glaceertechniek overgeschilderd, waardoor er rijke kleuren zijn ontstaan. Ten slotte gebruikte Rembrandt de frottis- ofwel drogekwasttechniek: de bijna droge verf bleef niet overal zitten en geeft een willekeurige, spikkelachtige structuur.
.
Thema's en stijlenIn Rembrandts Leidse periode (1625-1631) was de invloed van Lastman het meest zichtbaar. Schilderijen waren tamelijk klein, maar rijk in detail (b.v. in kostuums en juwelen). Religieuze en allegorische thema's overheersten.
.
Gedurende zijn eerste jaren in Amsterdam (1632-1636) maakte Rembrandt vooral grote doeken, gebruikte hij felle kleuren en schilderde hij vooral dramatische taferelen. Hij maakte in deze periode veel portretten. Eind jaren dertig schilderde Rembrandt veel landschappen en maakte hij veel etsen over de natuur. Zijn landschappen waren in die tijd vaak speelbal van die natuur, met dreigende wolkenluchten en bomen die door de storm geknakt waren. Vanaf ongeveer 1640 werd Rembrandts werk soberder, wat wellicht te verklaren valt uit de familietragedies die hem overkomen waren.
.
Uitbundigheid maakte plaats voor diepgevoelde innerlijke emoties. Bijbelse taferelen waren nu vooral gebaseerd op het Nieuwe Testament, en niet meer op het Oude Testament zoals eerder het geval was geweest. Het formaat van de doeken werd weer kleiner. Een uitzondering daarop is De Nachtwacht zijn grootste schilderij. Landschappen werden vaker geëtst dan geschilderd. De duistere krachten van de natuur maakten plaats voor rustige Hollandse plattelandstaferelen.
.
In de jaren vijftig veranderde Rembrandts stijl opnieuw. Schilderijen werden weer groter, kleuren feller, penseelstreken krachtiger. Hiermee nam Rembrandt afstand van eerder werk en van de heersende mode, die juist meer en meer neigde tot fijn, gedetailleerd werk. Hij gebruikte nog steeds veel Bijbelse thema's, maar de nadruk lag nu niet meer op groepsscènes maar meer op intieme portretachtige figuren.
.
In zijn laatste jaren schilderde Rembrandt een aantal van zijn mooiste zelfportretten, die duidelijk blijk gaven van het verdriet en de zorgen die hem ten deel waren gevallen.
.
Artikel overgenomen van wikipedia


  [down] Leidsch Ontzet 1574  [up] 
Afb.(c) GOIBT

Viering Leids ontzet.
Hutspot
.
  De Leidenaren vieren elk jaar, al vanaf 1880, hun "leidens ontzet" op 3 oktober. Nog altijd wordt er traditiegetrouw hutspot geserveerd voor degene die zich daar (tevoren) voor laat inschrijven. Voor het recept van 3000 magen is ruim 700 kilo aardappelen, 370 kilo peen en 450 kilo uien benodigd
met als klapstuk 310 kilo (klapstuk) in 300 kilo jus gedrenkt.
De rundernekken, zoals Henk van de Slot zijn geliefde stoofvlees al 13 jaar noemt hebben volgens traditioneel recept 24 uur gesudderd tussen de laurierbladeren. Eet smakelijk!
.
Natuurlijk eet u ook hutspot op 3 oktober
wij doen altijd 2/3 aardappels , 1/3 peen en uien, maar u mag gerust zelf ook de juiste verhoudingen proberen vast te stellen. Als u de klapstuk bij de slager niet kunt vinden, geen nood want riblappen voldoen ook uitstekend.
.

Overigens is de samenstelling van de tegenwoordige hutspot niet die van die in 1574 in de spaanse stellingen werd aangetroffen
een heel belangrijk bestanddeel ervan, de aardappel was in 1574 nog niet bekend in den Nederlanden. Onbekend is wat er werkelijk in de grote (stamp)pot werd aangetroffen na vertrek van de spanjaarden .
.
Het Leidse volkslied
.
Leiden trots van Neerlands steden
Parel van het Hollands land
Stad van heden vol verleden
Stad van werk met hart en hand
Plaats van dromen en van daad
Waar ieder blijft en niemand gaat
Leiden stad van denken en doen
Stad van mijn hart door nu en toen
.



  [down] Stadskaart van 'Leyden'.  [up] 
Afb.(c) DB
  Een oude 'stadtscaert' van Leiden, de stadswallen markeren hier nog duidelijk het grondgebied. Er zijn nog geen wijken erbuiten gebouwd. Aan de bovenzijde zien we, waar de “Haerlemmer Treck-vaert' in Leiden begon.
.
  De stad ontstond als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelde aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht, maar de burcht kwam omstreeks 1100 in handen van de graaf van Holland.
  De gunstig gelegen nederzetting kreeg in 1266 bevestiging van de reeds eerder verleende stadsrechten en ontwikkelde zich met haar bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. In 1389, toen de bevolking tot ongeveer 4000 was gegroeid, moest de stad worden uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg (tevoren de zuidrand van de stad) en de Witte Singel.
  Een bijzonderheid van Leiden is de aanwezigheid van uitgebreid archiefmateriaal over het buurtleven en buurtorganisaties (de zogenaamde gebuurten), dankzij een vroegtijdige en onophoudelijke overheidsbemoeienis, die zelfs teruggaat tot de 14e eeuw. Dit staat in detail beschreven in het boek Buurthouden van historicus Kees Walle (Uitgeverij Ginkgo, 2005).
  In 1420 werd Leiden, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten veroverd door hertog Jan van Beieren.
.

Gesteggel over de kikkermolen ivm aanleg 2e brug

.


.
De gemeenten Leiden en Oegstgeest zijn van mening dat er ten aanzien van de molenbiotoop een ontheffing kan worden verleend op basis van artikel 15 Verordening Ruimte. De overwegingen die ten grondslag liggen aan het ontheffingsverzoek gericht aan Gedeputeerde Staten zijn als volgt:
.
  1. Een tweede ontsluiting is van groot maatschappelijk belang. De woonwijk Poelgeest (Oegstgeest) kent momenteel één ontsluitingsweg de Lange Voort. In een bestuursovereenkomst uit 2006 tussen de gemeenten Leiden en Oegstgeest is onder meer een afspraak gemaakt over een tweede ontsluiting. Hierbij spelen met name aspecten zoals hulpverleningsvoertuigen en bereikbaarheid, een hoogwaardige fiets- en voetgangersverbinding en openbaar vervoer een cruciale rol.
.
  2. De invloed van de geplande Brug Poelgeest op de windvang van de Kikkermolen is onderzocht in een theoretische studie, uitgevoerd door bureau Peutz B.V. (Rapportnummer WB 15202-1RA, d.d. 3 januari 2012). In het onderzoek is ingegaan op de molenbiotoop van de Kikkermolen conform de regelgeving van de provincie Zuid-Holland. Aan de hand van de gegevens uit de molenbiotoop is de toegestane obstakelhoogte op de locatie berekend. Vervolgens is ingegaan op het windklimaat bij de molen en is een beoordeling gegeven van de invloed van realisatie van de Brug Poelgeest in relatie tot de wind aan- en afvoer van de molen.
Geconcludeerd wordt dat, ondanks een overschrijding van de toegestane obstakelhoogte volgens de molenbiotoop, de daadwerkelijke invloed van de brug op de molenbiotoop verwaarloosbaar zal zijn.
.
  3. In 2010 heeft de provincie Zuid-Holland alle molens met bijbehorende molenbiotopen geïnventariseerd (Biotooprapport 28: De Kikkermolen, 2010). Per molen is er een biotooprapport met bijbehorende kaarten opgesteld. Hierin is onder meer de bestaande windhinder rondom een molen weergegeven en is een beoordeling van de totale molenbiotoop gegeven. Voor de Kikkermolen geldt dat er in de huidige situatie al sprake is van windbelemmering als gevolg van groen en bomen rondom de molen. Een aanbeveling is om de groenstructuur rondom de molen veel opener te maken. Met het afgraven van een stuk grond ten noorden van de molen en dit deel vrij te houden van beplanting, wordt hieraan tegemoet gekomen.
.
  4. De provincie Zuid-Holland heeft een subsidie (Brief met kenmerk PZH-2009-525083, d.d. 31 augustus 2009) verleend ten behoeve van realisatie van de brug. Hiermee zal de brug deels worden bekostigd. Gesteld kan worden dat er sprake is van een provinciaal belang.
.
  5. In het bestemmingsplan Poelgeest (Oegstgeest), dat is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten, werd de bouw van een brug naar de wijk Poelgeest mogelijk gemaakt. In dit bestemmingsplan is de (eventuele) bouw van een brug al voorzien, maar de Raad van State heeft in 2009 het bestemmingsplan voor wat betreft het onderdeel van de brug vernietigd.
.
Tot zover publikatie in 2013.

Start Auteurs Bron Agenda Uitleg Actueel Vlootshow History Boek/Actie Reacties Links Zoeken
Verhalen Poelgeest Trekschuit Tolhuysch Postbrug Strandwallen Algemeen Boerhaave ZwarteTulp Keukenhof Manpadt Haarl_Meer
Leiden Oegstgeest Warmond Voorhout Noordwijk Noordw_hout Lisse Hillegom Vogelenzang Bennebroek Heemstede Haarlem

Bewerkt: zaterdag 3 november 2018