Trekvaart Leiden - Haarlem

( H O O F D M E N U )


Verhalen aan de verhalentafels
door Anne van Delft

.
De Haarlemmertrekvaart - Leidsevaart bestond in 2007 meliefst 350 jaar. Deze verbindingsader stroomt langs de zeven dorpen met een vestiging van Bibliotheek Bollenstreek:
Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Sassenheim, Voorhout en Warmond.

In de zeven vestigingen van Bibliotheek Bollenstreek zijn allerlei publicaties te vinden over de streek. Maar Bibliotheek Bollenstreek was ook benieuwd naar Uw verhalen. Wat is er veranderd, wat is er gebleven?
Welke verhalen heeft u die bewaard moesten blijven?
.

.
Wegwijzer

'Lisse'
'Noordwijk'
'Noordwijkerhout
'Oegstgeest'
'Sassenheim'
'Voorhout'
'Warmond'

Maak uw keuze...




.

.
L I S S E

.
  [down] Lisse als centrum van de Bollenstreek  [up] 

.
Verhalentafel in Lisse op 8 november 2007
.
Er zijn mensen die veel weten en mensen die niet veel weten. Mensen die graag willen vertellen en mensen die willen luisteren. Vanmorgen wordt gesproken over Lisse en de Bollenstreek, over verleden, heden en toekomst.
.
Anne vraagt de deelnemers vanuit welk perspectief ze kijken, hoe hun landkaart er uit ziet, vanuit Lisse. Een deelnemer antwoordt dat, als je klein bent, je perspectief je huis is, dan je straat, daarna het dorp en dan de streek: “Mijn geestgrond tussen Haarlem en Leiden”. Een ander vindt Lisse “best een mooi plekkie”.

Iedereen spreekt met een zekere trots over Lisse:
“Ik ben helemaal gek op Lisse”.
Deelnemers die er niet geboren zijn kozen voor het dorp omdat het een rustige, vriendelijke plattelandsgemeente was, met een prettige bevolking. “Ik zou het dorp niet meer uit willen”, zegt een geboren Lisser.

De Heerenweg, van oudsher een belangrijke verkeersader, slingert zich als een slang door het dorp en het landschap en verbindt de dorpen met elkaar. Lisse is door de afstand tot de dichtst bij gelegen steden niet speciaal op Haarlem of Leiden gericht. De zee speelt wel een belangrijke rol. Een deelnemer verklaart niet langer dan twee weken weg te kunnen, omdat hij de zeelucht mist, die hij waarschijnlijk via de moederschoot heeft binnengekregen.
.
Op de vraag van Anne wat voor de deelnemers dé plek is, wordt eensgezind Het Vierkant en de Keukenhof genoemd.

“.. en wat er weg is, zoals het oude postkantoor en het gemeentehuis, en wat er gesloopt gaat worden, fraaie dorpsgezichten verdwijnen”.
“In het bos van de Keukenhof kun je voelen hoe het hier vroeger was”.
“Het doet je wat als je weet dat iets behouden blijft, zoals het station en de molen”.
“Het is belangrijk je ogen open te houden en om je heen te kijken”.

Iemand vond Lisse eerst een a-culturele boel, maar dat is helemaal veranderd, mede door de bouw van de Poelpolder. Met dit bouwkundig bijzondere project kwamen veel mensen van buiten naar Lisse. De jeugd uit Sassenheim en Voorhout ging uit in Lisse. Daar was de eerste bioscoop.
Tussen groepen jeugd uit Lisse en aangrenzende gemeenten heerste rivaliteit en vaak gingen ze met elkaar op de vuist. Elke groep had z’n eigen kleur ‘jekkie’. De jongens uit Lisse waren bang dat de jongens van buiten hun meisjes inpikten. Er waren ook buurtgroepen die tegen elkaar knokten op het veldje met zwaarden, zwepen etc. en als het nodig was kwam politieagent Pater ze uit elkaar halen. Evenals in andere plaatsen was hier de scheiding tussen katholieken en protestanten groot: “De katholieken mochten niet door de Schoolstraat”
.

.
  [down] De bollen in Lisse zorgen voor veranderingen.  [up] 

.
Anne vraagt welke grote veranderingen in Lisse een rol hebben gespeeld.
.
Genoemd wordt de afstand tussen rijk en arm, die vroeger veel groter was.
De bollenboeren woonden in villa’s, de arbeiders in de ‘rooie buurt’.

In de vakantie werd op het land of in de schuur gewerkt:
“Met overwerk was in de bollen wel 200 gulden per week te verdienen”.
De bollencultuur is nog steeds bepalend voor Lisse als ‘centrum van de Bollenstreek’.
40 % van de plaatselijke economie is bollen gerelateerd. Het is van oudsher een plaats van handel en ondernemersgeest. In moeilijke tijden was er grote vindingrijkheid om het hoofd boven water te houden.
.
Van groot belang voor Lisse was het verzanden (afgraven van de duinen) vanaf 1600, waardoor de bollenteelt mogelijk werd.
Nu speelt het langzaam verdwijnen van bollengrond. Gewaarschuwd wordt voor de verrommeling van het landschap. Het wordt gezien als een gevaar voor de streek.
Grote woningbouwprojecten doen afbreuk aan de sfeer van de streek. Gelukkig behoudt Lisse een grote groenstrook achter de woonkern. Opgemerkt wordt dat, vergeleken met vroeger, wonen en werken steeds meer van elkaar worden gescheiden.
Het centrum wordt af en toe als een lege huls ervaren:

“Toen ik een ventje was, was er veel reuring in het dorp, meer levendigheid. Vroeger rook je de paarden, liep je de drukkerij binnen, kon je op de boten springen”.
Een ander rook de bollen omdat hij vlak achter de veiling woonde.
.
Ook de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1850 bracht grote verandering. Alle vervoer ging over het water. De baarzen uit het Haarlemmermeer werden bereid in de Witte Zwaan. Door de drooglegging werd alles moeilijker bereikbaar, de ringvaart fungeerde als afsluiting. Ook aan de veenafgravingen in Lisserbroek kwam een einde.
De komst van Schiphol is van grote invloed geweest. Als er een vliegtuig uit Batavia landde liep het dorp uit.
.
De bebouwing van de Poelpolder is heel ingrijpend geweest voor het dorp. Er kwam import, Lisse richtte zich meer naar buiten. Op voorwaarde dat er 200 Leidse gezinnen werden toegelaten, mocht er gebouwd worden. Eind 1968 telde Lisse nog geen 10.000 inwoners, nu zijn het er 22.000. Het was een betere tijd voor de jeugd, iedereen kon een huis krijgen. Nu vertrekken ze naar ‘De Vennep’ en Lisserbroek.
.
  [down] 'n tekening van de 'Sixenburg' (c.2008 - Hans Roest)  [up] 

.
De grote trots van Lisse, de Keukenhof, is dankzij de graaf van Lynden behouden. De burgerij mocht er niet komen, maar nu is kasteel en landgoed in handen van een particuliere stichting. Tot ver over de grenzen is Lisse als centrum van de Bollenstreek bekend en dat willen de inwoners maar wat graag weten. Volgens een deelnemer hebben veel inwoners van Lisse een houding van: “Kijk eens wat wij allemaal hebben”
.



.

.
N O O R D W IJ K

.
  [down] Afbeelding van de Oude Zeeweg 'Noordwijk'.  [up] 

.
Verhalentafel in 'Noordwijk' op 22 oktober 2007 onder leiding van Anne van Delft
.
In de bibliotheek van 'Noordwijk' staat de boekentafel klaar. Boeken gaan over en weer. Er is al veel geschreven, maar het is zo leuk om te vertellen uit eigen ervaring.
Even tijd voor koffie “een bakkie doen” en dan nodigt Anne van Delft de 12 aanwezigen uit tot vertellen en de herinneringen gaan stromen:
.
  Over de brug- de bocht in de 'Leydsche Treck-vaert', over de rolpaal, hoe dat ging met trekschuiten.
“Bij 'Noordwijk'erhoek is nog de rolpaal te zien voor de trekvaartboten en lang geleden werd hier ook de lading van de schepen overgeladen. Of het zag er grijs van de steenkool of het rook er naar koeienstront.”

  De PHC Piet Hein Club uit de Piet Heinstraat voetbalde op straat (slop en uitval ) maar als er eens geen bal was dan werd het knokken met de ZMC Zoutmanstraat club een prima tijdverdrijf: ‘die blaast’ Over de Kerkstraat, het kerkvolk bekijken, uit bovenramen hangen, wie zijn het en wat hebben ze aan. Over brand in de keuken, oud en nieuw vieren.

“Smezen, gluren in de duinen”
“Mijn vader op de reddingsboot, daar ben ik groos op.”

.
  Noordwijk en bloembollenteelt horen bij elkaar.
“Het moment dat alle bollen in kleur staan, het moment dat je een nieuwe tulp hebt gekweekt.”
“Vroeger waren er wel 90 bollenkwekers, nu zijn er nog maar zo’n 10 en ook voor de melkveehouderij geldt hetzelfde: vroeger waren er 27 melkveehouders, nu nog maar 2. Bij hoeve Veldzicht stonden de blaarkoppen in de wei.”
“Wil je nog iets van die bloembollenteelt terug zien dan moet je eigenlijk in het voorjaar stiekem in de tuin van Offem kijken want daar bloeien de narcissen en andere bolgewassen volop. Dit is een erfenis van de bloembollententoonstelling uit 1932.”
“Florahof, de vollegrondtentoonstelling. Koningin Wilhelmina kwam en we moesten juichen.”

.
  Over schaatsen op de 'Leydsche Treck-vaert', meestal richting De Kaag, maar ook richting Haarlem. Bovendien gaf ijs op de Schie de enige mogelijkheid om op het land van de Graaf te komen. De priesterstudenten op het seminarie mochten niet verder gaan dan de brug anders volgde straf! Bij Schoonzicht waren wel heerlijke wafels te koop.

.
De zee:
De zee had een sterke aantrekkingskracht: “t Zeetje vuurt, allemaal er heen’”
“Je moest wel geld voor schaatsen hebben, anders ging je liever naar het strand. waar je zeetje kon houwen en als je dan al natte sokken kreeg dan probeerde je ze wel bij grootouders droog te krijgen voordat je naar huis ging.”
“ Nieuwe schoenen aan en dan zeetje houwen was helemaal vragen om problemen, ging je eerst door het helmgras zodat ze droog en schoon leken maar de witte kringen op de schoenen de volgende dag verraadden toch dat ze nat waren geweest.”

.
Armoede
Een extra zakcentje werd verdiend door bramen te plukken. Vooral in 1947 was er een grote braamopbrengst en die werd verkocht aan de ( rijke ) Rijnsburgers of langs de deur waar je al gauw een kwartje voor een bordje bramen kon verdienen. Maar let wel op de duinwachter want anders was je je gezochte portie bramen zo kwijt.
Slingers rijgen van narcissen, gevonden op de bergen gekopte bloemen, vervolgens verkopen aan de eerste bollenveldenkijkers: “ om hun hals, aan hun stuur, je kon er 50 cent voor krijgen! Dat was een vermogen, want je kocht snoep voor een halve cent.”

.
  [down] Schelpen baggeren op het strand.  [up] 

.
  Ook schelpen baggeren of bollen pellen zorgde ervoor dat er wat extra’s in de portemonnee kwam. Kruiden waren zo in de duinen te vinden en velen hebben herinneringen aan de brandnetels die gezocht werden voor brandnetelpannenkoeken of brandnetelthee tegen puistjes. Grens, tot waar je kwam, Zeeërs en Binders, zo anders, ander geloof, andere gezinnen.

“Als dienstmeisje kwam ik vanuit Utrecht met de familie mee naar 'Noordwijk', die zaten daar toen nog een maand in een huis, de bewoners in het zomerhuis. Prachtig! De boulevard en voor het eerst de zee zien!

Een Zeeër trouwt met haar, zij is van buiten! “Ik kwam van over het duin. terug in 'Noordwijk'.”
De Leidsevaart is ook een grens.

.
  Klei, veen en zand, hoog en laag, de zandrug van Den Haag tot Haarlem, Bij sommige huizen kun je kun je de hoogteverschillen zien. Het is te merken dat de Rijn er heeft gestroomd. Bij opgravingen bij een heel oude woning waren de grondlagen goed te zien.
De verhalen vullen elkaar aan, deelnemers willen dit vaker doen!
Bloemenbadplaats 'Noordwijk': een prachtige gemeente om in te wonen!



.

.
NOORDWIJKERHOUT

.
  [down] Molens langs trekvaart in Noordwijkerhout.  [up] 

.
Verhalentafel in Noordwijkerhout op 24 oktober olv A. van Delft
.
Een inleidende vraag van Anne:
“Hoe ziet voor u het landschap van Noordwijkerhout eruit?”
.
Dorpskernen
De gemeente Noordwijkerhout bestaat uit twee delen: het dorp Noordwijkerhout en het dorp De Zilk.
De oude kern van het dorp Noordwijkerhout en het aangrenzende landgoed “Leeuwenhorst” liggen op een nog niet afgegraven strandwal, waardoor dit gebied duidelijk hoger ligt dan het omringende land.
.
Wat opvalt is de stilte in het dorp Noordwijkerhout als je de stad gewend bent.
Het is een agrarisch en knus dorp, inwoners groeten elkaar.
Het is een dorp vol bijnamen, iedereen kent elkaar.
Het landschap is wel veranderd in de loop der jaren:

“Vroeger was er zes weken bollenpracht, daarna was er stro. Nu is er afwisselende teelt van andere gewassen.”

.
Het dorp De Zilk is een aparte kern binnen de gemeente en ligt 6 kilometer verwijderd van het dorpscentrum van Noordwijkerhout. De Zilk is een meer gesloten buurtschap, met een eigen identiteit. De inwoners ervan voelen zich erg met hun dorp verbonden.
.
Psychiatrische instellingen
De vestiging van twee psychiatrische instellingen, St. Bavo in 1918 en Sancta Maria enkele jaren later, schiep ook werkgelegenheid voor veel Noordwijkerhouters. De opkomst van deze inrichtingen heeft de eerste stoot gegeven tot de openlegging van de tot dan toe vrij gesloten Noordwijkerhoutse gemeenschap.
“We waren wel gewend aan ‘eigenaardige mensen’, voor de kinderen was het zelfs vanzelfsprekend”
“Het was prachtig rond de Sancta Maria met de dauw op het gras en de prachtige najaarskleuren.”

.
Leidsevaart

“Ik ben geboren aan de 'Leydsche Treck-vaert' in een oude boerderij uit 1871.”

“Ik moest het loodgietersvak leren,ging op mijn fiets met lekke banden om de pomp van de 'Leydsche Treck-vaert' repareren. Bij dat werk stopten we even met praten als er een trein langs kwam, want de rails loopt vlak langs de vaart. Ik was toen te lang weggebleven en mij werd gevraagd:
Ben je over Sassenheim naar huis gekomen?”

.
  [down] Bij het schaatsen op de 'Leydsche Treck-vaert' ontstonden vele liefdes  [up] 

.
Vroeger waren er veel ijstochten in de koude winters. In 1956 met de prikslee een molentocht langs het stationsgebouw Piet Gijs.

“Bij het schaatsen op de 'Leydsche Treck-vaert' ontstonden vele liefdes.”

“met de trekschuit werd turf gehaald. Later op het jaagpad met paard en wagen vol zeel (touw) naar de markt.”

“We gingen met de auto naar opa en oma over de weg langs de 'Leydsche Treck-vaert'. De weg was zo hobbelig dat wij, vijf kinderen, voortdurend omvielen.”

.
Middelen van bestaan
Door de eeuwen heen waren de belangrijkste middelen van bestaan de landbouw, veeteelt en visserij. De Noordwijkerhouters hadden het in het algemeen niet royaal.
“Met dertien jaar moest ik van school: thuis helpen, in de bollen werken,, koeien melken. Ik wilde graag onderwijzeres worden, maar dat mocht niet:

“Je gaat niet bij die luizenkinderen werken”

.
Veel werk was er in de bollen:

“Ik houd van het knakken van de tulpen. Narcissen niet, die zijn zo slijmerig”
.
Soms werd er een duur huis gekocht en was er geen geld meer over voor beleg op de boterham. Dan werd het gewoon jam op brood. Vandaar de bijnaam Jambuurt (Boekhorstwijk).
.
Maar er was ook:

“de macht van het kleine” ( blad van het nationaal epilepsiefonds ):

“ Ik ging iedere maand op pad met de collectebus voor de epilepsie: twee en een halve cent in de week!”
“We hadden een boenhok bij de stal. Het water dat gebruikt was werd was drinkwater voor de koeien.”

.
Religie
Omstreeks 1300 bouwde men in Noordwijkerhout een parochiekerk, die werd toegewijd aan de H.H. Petrus en Paulus. Deze kerk, waarvan het huidige “Witte Kerkje” een restant is, is een keer afgebrand en herbouwd. De kerk behoort thans toe aan de Nederlands Hervormde Gemeente
de toren is eigendom van de gemeente.
“het witte kerkje is nu het intieme centrum van Noordwijkerhout”
.
  [down] Het landschap is wel veranderd in de loop der jaren  [up] 

.
Noordwijkerhout is een overwegend katholiek dorp met openheid naar andere geloven. Er waren twee parochies
Jozef en Victor, met ieder eigen scholen en winkels. Maar er was ook een Ned.Herv.School met den Bijbel:

“Ik liep vanuit de boerderij aan de 'Leydsche Treck-vaert' naar school, op klompen, met mijn muts op en die viel in het water.”
Er was een retraitehuis van de zusters van voorzienigheid.
.
Specifiek voor Noordwijkerhout:
Noordwijkerhout is een landelijk gelegen gezellige woon- en werkgemeente in het
“Hart van de Bollenstreek”. Bos, duinen, zee en strand liggen op fietsafstand van de dorpskernen Noordwijkerhout en De Zilk. Carnaval en de kermis, dat is specifiek Noordwijkerhout.
.
In het voorjaar trekken de kleurrijke bloembollenvelden toeristen uit binnen- en buitenland en stromen bussen vol toeristen Noordwijkerhout binnen!
Maar ook carnaval en de kermis, dat is specifiek Noordwijkerhout!



.

.
O E G S T G E E S T

.
  [down] Mevrouw woont vlak tegenover het Tolhuysch..  [up] 

.
Verhalentafel in Oegstgeest op 7 november 2007 olv Anne van Delft
.
Een eerste vraag van Anne: “Hoe kijkt u naar deze streek?”

Mevrouw komt uit de omgeving van Den Haag en woont sinds kort in Oegstgeest. Zij voelde zich snel thuis en was benieuwd naar de verhalen over het dorp.
“Oegstgeest lijkt wel wat op Wassenaar en het is fijn om zo dicht bij een grote stad als Leiden te wonen.”
Zij woont vlak tegenover het Oude 'Tolhuysch' en realiseerde zich pas onlangs, door de publicaties over 350 jaar Trekvaart, dat zij uitkijkt op die vaart!

“Mijn moeder kwam als kind met haar ouders met de trekvaart uit Friesland. Zij liep wat krom en volgens haar kwam het van die lange tocht op de trekschuit!”

.
Rondom Oegstgeest is het in de loop der jaren erg veranderd. Er waren veel weilanden en de inwoners zagen letterlijk het groen verdwijnen door de huizenbouw.
Toen er huizen gebouwd werden in de Van Assendelftstraat gingen de ouders van mevrouw van Burg daar wonen. Haar moeder was verpleegster in Sanatorium Endegeest en haar vader was er tuinman.
.
  [down] fijn om zo dicht bij een grote stad te wonen  [up] 

.
De jaren dertig, met de bijbehorende werkloosheid en armoede gingen niet aan Oegstgeest voorbij. Maar ook in Oegstgeest was de vindingrijkheid groot om de armoede te lijf te gaan:

“Mijn ouders zijn in de jaren dertig begonnen met de thuisverpleging en opvang van TBR patiënten van Professor Karp bij ons in huis. Ze zaten dus gewoon met ons aan tafel en wij wisten gewoon niet beter. Met bijna alle mensen die bij ons gewoond hebben is er contact gebleven.”
.
Een Mevrouw woont nog steeds met veel plezier in haar ouderlijk huis en is gehecht aan het Wilhelminapark met de mooie huizen, het voormalige sanatorium Endegeest dat nu gemeentehuis is, het vele groen en de oude bomen.
.
Zij weet heel veel te vertellen over het oude Oegstgeest :

“De Rode Leeuw ( nu afgebroken ) in de Dorpsstraat was vroege gewoon een herberg aan de doorgaande weg richting Bollenstreek”

.
Veel oudere Oegstgeestenaren vinden het vreselijk dat de Rode Leeuw nu verdwenen is, het gebouw hoorde zo bij Oegstgeest.
Oegstgeest had vroeger wel wat bollenteelt, maar hoorde niet echt bij de bollenstreek. Het bloemencorso van de Bollenstreek kwam ook niet door Oegstgeest. Het bloemencorso van Rijnsburg tot een aantal jaren geleden wel.
.
Een Mevrouw is geboren en opgegroeid in Sassenheim, maar fietste altijd naar de school in Leiden via 'Warmond' en Oegstgeest:
“Ik heb de wijk Haaswijk en het winkelcentrum Lange Voort stapje voor stapje gebouwd zien worden!”

.
  [down] Oegstgeest is een mooie groene gemeente  [up] 

.
Nu woont zij al jaren in Oegstgeest en ook voor haar is het een bijzonder dorp met de vele oude en mooie lanen vol bochtjes en met prachtige bomen.
“Ik kwam op weg naar school door het oude dorp en ik houd van de oude kern.”

Een Mevrouw woont pas zes jaar in Oegstgeest en is dol op de Oranjebuurt.
“Vooral de bloeiende bomen in de lente maken het dorp bijzonder. En het beeld van die bloesemweelde heb ik in mijn hoofd zitten als ik denk aan Oegstgeest.”

Inwoners van Oegstgeest kijken zowel richting Leiden, de stad voor uitgaan en boodschappen, als richting de kust met het strand.
.
Een vraag van Anne over de toekomst van Oegstgeest:
.
Geschiedenis van een dorp is belangrijk. Door de vele publicaties vol verhalen in het jaar van het 350 jarig bestaan van de Haarlemmertrekvaart/ Leidsevaart kijkt men ook anders naar de eigen omgeving.
.
  [down] zorgvuldig omgaan met de planologie  [up] 

.
Het maakt ook bewust dat er veel ontwikkelingen zijn in de streek en dat niet alle ontwikkelingen positief zijn. Het is heel belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de planologie. Want Oegstgeest is een mooie groene gemeente om in te wonen.



.

.
S A S S E N H E I M

.
  [down] Wat is voor u het beeld dat u erbij hebt?  [up] 

.
Verhalentafel in Sassenheim op 23 oktober 2007 onder leiding van Anne van Delft
.
In Sassenheim stond de koffie en de thee klaar voor de deelnemers aan de verhalentafel.
De eerste vraag die Anne stelde was: hoe ziet de landkaart van Sassenheim en de streek er uit in uw hoofd? Wat is voor u het beeld dat u erbij hebt?

.
Uit het gesprek dat volgde bleek dat vele Sassenheimers vroeger georiënteerd waren op Leiden:

“Voor kleding, uitgaan en dergelijke gingen wij naar Leiden. Dat was dé stad!”

“We gingen altijd op de fiets, langs de Leidsevaart”.

“Het stuk van het tolhek tot de postbrug was één groot windgat!”
.
  [down] Het stuk van het tolhek tot de postbrug was één groot windgat!  [up] 

.
Dit stuk is er nu niet meer. De omlegging gaat nu langs de nieuwe woonwijk ( Haaswijk ) in Oegstgeest.

“Geen weilanden meer, geen weidevogels meer, geen blaarkoppen meer.” klinkt het weemoedig.
.

“Het was vroeger ook mogelijk om met de Blauwe Tram te gaan” vertelde een deelneemster die middenin het dorp is geboren en getogen:

“De Blauwe tram stopte vlak voor ons huis.”
.
Soms ging men in de 50er jaren ook wel naar 'Noordwijk' ( buitenlandse toeristen bekijken ) of naar Lisse. In Lisse was er destijds een bioscoop!
Voor de meeste deelnemers bestond de wereld uit Sassenheim en de omgeving.

“Wij hadden een melkzaak en het was heel gewoon dat de kinderen meewerkten. De melk werd thuisbezorgd, eerst met paard en wagen en vervolgens in de 60er jaren met de auto.”

“Ik moest de kwitanties rondbrengen en innen in een zwarte tas. Zo leerde je wel mensen kennen.”
.
Tot in de jaren zestig werd er met de bodedienst bezorgd:

“Vijf paar schoenen op zicht en dan met vier paar schoenen terug! ”
Eerst gebeurde dat met paard en wagen. Vlak voor de oorlog met een T-Ford, die vervolgens weer verstopt werd voor de Duitsers tijdens de tweede wereldoorlog. In de oorlog werden de bollenschuiten gebruikt voor het vervoer. Voor kinderen was er een speeltuin, een half uur lopen vanuit het dorp. Vissen kon in de Leidsevaart, gezwommen werd er in de Kagerplassen en de waaghalzen van vroeger gebruikten de dukdalven in de Ringvaart van de Haarlemmermeer om vanaf te duiken..!.
.
  [down] in de herinnering verweven met de bloembollen  [up] 

.
Verder was het landschap in de herinnering verweven met de bloembollen:

“Op de “Bollenzondagen” zaten we boven voor het raam in de mooie kamer en dan telden we de auto’s die voorbijkwamen. We schreven de nummerborden op. Hoeveel Belgen, hoeveel Duitsers.”
.
Veel mensen werkten “op het land”. Het voorjaar met de toeristen, de bloemenslingers en het grote Bloemencorso waren belangrijke evenementen voor de hele Sassenheimse bevolking. Karakteristiek voor Sassenheim waren de grote gezinnen, het verschil tussen arm en rijk en de scheiding tussen Katholiek en Protestant.
.
  [down] “De Blauwe tram stopte vlak voor ons huis.”  [up] 

.
De tweede vraag van Anne was: de industrie.hoe ging dat en hoe is dat nu?
.
In de jaren dertig heeft ook Sassenheim te lijden onder de grote crisis, kwam de kanteling:
“We verdienden negen gulden per week en als alles “onder dek was” was er geen werk meer en zaten de arbeiders thuis.”
Er waren twee keer per jaar betaaldagen,
.
De rijkdom was er niet voor de arbeiders, maar ook de rijke grote en minder grote bloembollenkwekers kwamen in moeilijkheden:

“Er waren teveel bloembollen, dus die werden doorgedraaid. Ik heb wel eens een Bollenboer in tranen naast mij op de bok zien zitten”.
.
Toch werd er geen grote armoede ervaren, omdat veel inwoners van Sassenheim heel vindingrijk waren met het vinden van bijverdiensten. Er was “apegrond” ( veen ) dat afgegraven kon worden voor brandstof en verder waren er volkstuinen.
.
  [down] als alles “onder dek was” was er geen werk meer  [up] 

.
Mede door de goede, al bestaande infrastructuur in de vorm van wegen voor het vervoer van de bloembollen naar de havens, werd de Sikkens fabriek naar Sassenheim gehaald. In eerste instantie kwamen veel Groningers mee, maar gaandeweg werd het bedrijf een belangrijke werkgever voor de inwoners van het dorp:

“Als de sirene loeide zag je een slinger van fietsers door het dorp om thuis te gaan eten”

Door deze industrie veranderde het dorp. Bollenbedrijven verdwenen naar Noord Holland of naar het buitenland . Er werden huizen gebouwd, waar in de jaren zeventig forenzen kwamen wonen, die geen echte binding hadden met Sassenheim. De politiek veranderde. De middenstand verdween door de komst van grote supermarkten. Geen aparte scholen meer voor katholieken en protestanten, maar één grote scholengemeenschap.
.
Maar het verenigingsleven in Sassenheim bloeit. Er is een grote
Vereniging Oud Sassenheim met 650 leden en ook de sport- en muziekverenigingen floreren.
.
De hoofdstraat is nog beeldbepalend voor Sassenheim, maar Het Park is nog steeds het middelpunt van het dorp!

“Waar vind je zo’n prachtig stuk natuur middenin een dorp?”



.

.
V O O R H O U T

.
  [down] Hoe ziet voor u het landschap van Voorhout eruit?  [up] 

.
Verhalentafel in Voorhout op 5 november 2007 onder leiding van Anne van Delft
.
Als inleiding vertelt Anne over het belang van het bewaren van persoonlijke verhalen.
Haar eerste vraag: “Hoe ziet voor u het landschap van Voorhout eruit?”
.
Over Voorhout:
  Voor een aantal deelnemers was Voorhout het centrum van de wereld, want zij zijn er geboren en getogen. Het dorp Voorhout was een hechte gemeenschap
iedereen kende iedereen. De stad Leiden was belangrijk voor de boodschappen, de ziekenhuizen en het uitgaan.

“Op de fiets naar Leiden op een grindweg vol gaten en twee maal Tol betalen.”

“Ook de Rijnsburgerweg was nog een grindweg”

Soms deed de bodedienst op aanvraag de boodschappen voor de inwoners en werden de boodschappen thuisbezorgd. Voor ander deelnemers was destijds het een grote stap om naar Voorhout te verhuizen:

“Als iemand mij kan vertellen waar Voorhout ligt, dan wil ik wel verhuizen..”

“Ik kwam uit Den Haag, maar ik ben mij hier erg thuis gaan voelen”

.
De Trekvaart:
De trekvaart speelt een belangrijke rol in de verhalen:

“Mijn tante ging op de kajuit van de trekschuit zitten, want dat was vijf cent goedkoper dan in de kajuit.”
.
  [down] Er werd gevaren langs de herberg ‘De bonte Koe'  [up] 

.
Er werd gevaren langs de herberg ‘De bonte Koe':

“Er voeren ook beurtschippers op de trekvaart. De trekschuit was voor het personenvervoer en de beurtschipper verzorgde meest vrachtvervoer.”

“We leerden zwemmen in de vaart. Als je de vaart kon overzwemmen dan wŕs je iemand!”

“je hoorde vanaf een bootje in de vaart de boeren tijdens het melken vanonder de koeien hun ochtendgebed bidden, zo stil was het”

“werklozen uit Leiden kwamen “Poeren” ( paling peuren ). Zonder vergunning was dat verboden.”

.
Met mooi weer is er tegenwoordig veel toerisme op de vaart:

“Het is nog steeds mogelijk om vanuit Leiden helemaal tot in Haarlem te roeien via de trekvaart.”

.
De kerk.
Het verschil tussen katholiek en protestant heeft in Voorhout lange tijd een rol gespeeld:

“Ik had als katholieke jongen verkering met een protestants meisje. Ik kon mijn moeder buiten horen bidden of het heel gauw over kon zijn!”

.
De katholieke kerk had een sterke invloed:

“meneer pastoor kwam samen met mijn vader naar Oegstgeest, waar ik toen woonde, om mij te melden dat ik vanaf 1 april koster zou worden van de Bartolomeuskerk. Het was 1960 en ik had het maar te doen. Zo gehoorzaam en volgzaam waren wij dus toen. Ik was de achtste zoon en ik had al vaak mijn vader, die 365 dagen per jaar beschikbaar moest zijn, geholpen met kosteren.”

Ook het delven van de graven behoorde tot de taken van de koster van de Katholieke kerk.
Er maakten zo’n 28 verenigingen gebruik van de ruimte in het parochiehuis aan de overkant, ook beheerd door het kostersechtpaar:

“Ik kende God en alle mensen!”

Het oude priesterkoor van de katholieke kerk werd later gedeeld met de protestanten:

“Er kwamen twee houten schuttingen met turf ertussen en zo werd de kerk verdeeld in tweeën.”
Ooit sloeg de bliksem in de kerk. Een deelnemer oogstte als kind de afkeuring van ouders met de opmerking:

“Hoe kan Onze Lieve Heer nou de bliksem in zijn eigen toren laten slaan?”
.
Eerst waren de scholen gemeenschappelijk, daarna kwam er een aparte katholieke en protestantse school:

“Ik heb de verhuizing naar de nieuwe school meegemaakt met het Heilig Hart beeld bovenop de kar.”

De eerste protestantse school stond ver buiten het dorp, want daar woonden de meeste protestanten.
.
Werkgelegenheid.
Veel inwoners werkten in de bollen, eigenlijk was er weinig ander werk.

“Ik was niet zo gezond, dus was het: Jij gaat naar het land. Want dat was goed, zo in de buitenlucht.”
“Ik kreeg van mijn vader een stuk land en ik begon gewoon. Eerst contractwerk voor andere bollenkwekers, maar uiteindelijk voor mijzelf.”
.
De gezinnen waren vaak groot en het was vroeger dan ook heel gewoon dat kinderen ingeschakeld werden in het arbeidsproces:

“Als jochie van veertien boomde ik een vlet over de Leede naar 'Warmond'. Dat ik dat durfde! In 'Warmond' werd mest, riet of zand overgeladen van een groot schip op de kleine vletten.”

“Als oudste zoon liep ik rekeningen voor mijn vader”

“Op zaterdag werkte ik in de werkplaats aan huis”
.
Veel middenstanders waren er niet.

“Soms werden de beroepen gekoppeld en was iemand fotograaf čn kapper čn marskramer, zoals mijn vader”
.
De deelnemers hebben allen de verandering meegemaakt van handwerk naar mechanisatie:
Nu zijn er nog maar een paar bollenkwekers en vier melkveehouders.
.
  [down] Mijn vader zei: je wordt óf witte pater óf timmerman  [up] 

.
Het seminarie van het bisdom Haarlem ( de huidige KTS ) was ook lang bepalend voor het dorp:

“Mijn grootvader was bakker op het seminarie”

“Mijn vader zei: je wordt óf witte pater óf timmerman”

“De Bisschoppelijke Nijverheidsschool was als internaat belangrijk voor Voorhout. Er werkten veel mensen en de banketbakkersafdeling was beroemd!”

.
De grote verandering.
Het overzichtelijke dorp met de 6000 inwoners veranderde vanaf de jaren zestig door de bouw van nieuwe wijken. De gemeente kocht veel land op voor de nieuw te bouwen huizen. Sommige bollenkwekers emigreerden naar Canada, anderen werden omgeschoold.
Een aantal deelnemers aan de verhalentafel kwam in die tijd in Voorhout wonen:

“Ik leerde snel veel mensen kennen en werd ook opgenomen in de gemeenschap, maar ik moest het wel verdienen door mee te doen aan het dorpsleven.”

“Ik heb Voorhout zien groeien en nu is Voorhout vooral wonen, veel mensen zijn de hele dag weg en het sociale contact is minder geworden.”
.
Het dorpse karakter verdween geleidelijk:

“Vroeger besliste de dokter wie er voor opname in het verzorgingshuis in aanmerking kwam, nu is er een indicatiecommissie.”
.
De toekomst
Er is veel discussie geweest in de gemeentes over de toekomst van de Bollenstreek.
De streek is welvarend geworden, vroeger was de armoede groot.

“veel jongeren willen niet meer in de bollenteelt werken.”

“de toekomst van de bollenstreek is ongewis. De bollenteelt zal minder worden.”

“Meer woningbouw en dan de bollenteelt naar de Haarlemmermeer, waar de grond niet geschikt is voor bollenteelt.”

Alle dorpen breiden zich uit, maar Voorhout heeft de meeste grond en zal groeien naar zo’n 16.00 inwoners.
“Voor veel jongeren is er geen mogelijkheid om in Voorhout te blijven wonen. Er moet niet alleen voor de dikke portemonnee gebouwd worden, maar ook voor de starters.” Een groot punt van zorg is het winkelbestand dat is achtergebleven bij de groei van Voorhout. Er werd wel eens gemopperd:

“Je kunt in Voorhout geen onderbroek kopen”.

“Iedereen gaat het dorp uit om boodschappen te doen en dat is niet goed voor de plaatselijke economie.”

“De Herenstraat moe(s)t blijven, maar dat is door de drukte geen winkelstraat die geschikt is voor uitbreiding”

“Grote wijken worden gebouwd zonder voorzieningen. Er had een plek moeten komen voor een nieuw winkelcentrum”
.
  [down] De trein is door het station een uitkomst  [up] 

.
De trein is nu, naast de auto, door de komst van het station een belangrijk vervoermiddel geworden. Men kan makkelijk in een andere plaats gaan winkelen. En tegelijk wordt die spoorlijn ervaren als een soort breuk tussen oud en nieuw Voorhout.
“het evenwicht is verstoord, het worden slaapwijken met alle mensen die overdag weg zijn.”

“de buurtwinkel, de bakker en de melkman aan de deur zorgden voor samenhang.”

.
Door de fusie met de dorpen Sassenheim en 'Warmond' tot gemeente Teylingen is het belangrijk de eigen identiteit van Voorhout te behouden.
“De kern van Voorhout is de Herenstraat in het oude dorp”.

“er wordt wel eens gezegd: wonen doe je in Voorhout, winkelen in Sassenheim en recreëren in 'Warmond'.”.

“Koester de kernen en word geen concurrent van elkaar”.

“De samenhang tussen de inwoners van Voorhout is wel terug te vinden in het bloeiende verenigingsleven en dat is heel positief, ook al zijn de verbanden wat losser dan vroeger.”

“De sportclubs hebben de rol overgenomen van de inwoners van vroeger”.

“Ik houd van het oude dorp, maar houden de bestuurders ook nog van Voorhout?”




.

.
W A R M O N D

.
  [down] Het is het mooiste plekje dat ik ooit gezien heb  [up] 

.
Verhalentafel in 'Warmond' op 12 november 2007 onder leiding van Anne van Delft
.
In haar inleiding geeft Anne aan dat het vanmorgen niet om dé geschiedenis gaat, maar om de persoonlijke beleving.
.
Op de vraag: “Wat is uw stuk van de wereld” klinkt het volmondig: “'Warmond'!!”.
De één is er komen wonen om de rust die er toen nog heerste, de ander omdat de boot er lag en bijna iedereen voelde zich vanaf de eerste dag Warmonder:
“Het is het mooiste plekje dat ik ooit gezien heb”.

“'Warmond' zit echt in m’n bloed, ik heb er alles voor over”.

“Als je het dorp in komt rijden heb je aan beide kanten een oprijlaan”.
.
Toch is er een verschil tussen geboren Warmonders en import, al woon je er meer dan 60 jaar. Men zegt dat voor een échte Warmonder altijd een stoel en een glas bier klaar staat.
.
Voor de deelnemers bestaat 'Warmond' uit het dorp, de plas, de weilanden en de vergezichten. Naar omliggende plaatsen, zoals Leiden, ga je alleen als je iets nodig hebt.
“Ik ben in de slootkant geboren, was altijd aan het vissen en kwam bij de boeren op de werf”. Een aantal woont op voormalige bollengrond:

“Ik woon op het land dat ik nog omgestoken heb”.

.
  [down] met schoongemaakte boten uitstapjes naar Katwijk en Artis  [up] 

.
Het water.
'Warmond', gelegen aan de Kagerplassen, is gericht op het water, vroeger voor het transport, tegenwoordig voornamelijk voor de recreatie.
“In de Poel heb ik leren zwemmen, voor mij is de Poel 'Warmond'”.
“ In open water zwemmen geeft je een gevoel van vrijheid”.
.
De koeien werden in het voorjaar over water van de stal naar het weiland vervoerd en in het najaar andersom. In een vlet stonden 8 koeien kop aan kont. De vletten werden ook gebruikt om te baggeren. De bagger werd op een hoop op het land gebracht en later met een vork ‘doorgezet’. Als het een strenge winter was geweest kwam je in mei nog wel eens stukken ijs tegen. 'Warmond' kent veel ‘dammen’.
Boten werden ‘over de dam’ heen getrokken, het dorp in. Met koolas uit Leiden om onbestrate paden te verharden. Met kolen die gelost werden en met de kruiwagen naar de kolenschuur vervoerd.
In de zomer maakte men met schoongemaakte boten uitstapjes naar Katwijk en Artis.
Ook ging men met de paardenbrik naar het strand en naar de dierentuin in Wassenaar.

.
  [down] het dorp, de plas, de weilanden en de vergezichten  [up] 

.
Toen het Haarlemmermeer nog niet drooggelegd was liep de Dorpsstraat, bij veel wind, vol water. De koeien stonden daarom hoog om droog te blijven. Een ander voordeel was dat er bij het keuren letterlijk tegen ze op moest worden gekeken.
.
De Trekvaart
Vroeger ging men met het veer naar Leiden, vanaf de gemeentehaven. Vracht werd vervoerd langs het zigeunerkamp naar de Oude Vest. Ook personen konden mee. Op een vaste tijd werd er weer terug gevaren: “Ben je er niet vrouw Hekker, dan ben ik weg”. Een deelnemer had een vriendje in Haarlem die in een strenge winter op de schaats over de trekvaart van Haarlem naar 'Warmond' kwam. 
.
De Tol
Je moest elke keer 5 cent betalen bij de tol. Je kon ook omfietsen, door het land over de draai. Om de kosten wat te drukken zei een vader met een groot gezin tegen z’n kinderen:

“Gaan jullie maar door het land, dan ga ik door het tolhek”.
.
Het Spoor
  Warmond had vroeger een station. Dat was belangrijk voor de watersporters: alle zeilers kwamen met de trein. Op onderstellen van kinderwagens werden de koffers naar de jachthaven gebracht.
.
Het boerenleven speelde vroeger een grote rol:

“Ik had graag doorgeleerd, maar leren was er niet bij, ik moest thuis komen, onder de koeien”.
“Ik had van thuis een boer moeten trouwen, maar het werd een bollenboer”.
.
  [down] de ‘overzeese gebiedsdelen’  [up] 

.
Er werd hard gewerkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Als de koeien gemolken moesten worden werden hond en bussen in de boot geladen en roeide men naar de Kwakel.
Daar werd de hond voor de kar met bussen gespannen en reed men naar de bocht waar de koeien opgehaald werden om te worden gemolken. Dat duurde 2 uur. En toen weer terug. Om 4 uur weg en om 8 uur terug, twee maal op een dag. Thuis werd kaas en boter gemaakt.
.
Het lage land aan de andere kant van De Leede werd de ‘overzeese gebiedsdelen’ genoemd.
De mannen hadden allerlei ‘bijbaantjes’.

“Vader had wel 35 baantjes”.

“Vader had 10 petten op”.

“Grootvader was meestertimmerman, doodgraver en koster”.

.
Toekomst
  Warmond vergrijst, de jeugd heeft er niets meer en trekt weg.
Kinderen verhuizen noodgedwongen naar Voorhout, maar met de 'Warmond'se feesten komen ze allemaal terug. Het is dan net een reünie. De jongere generatie denkt ruimer.

.
De 'Warmonder' ziet uitbreidingsprojecten als de ‘gevaarlijkste dingen’.
Land wordt opgekocht door mensen met geld. Als je ziet wat er gaat gebeuren met de speelweide: “Tranen schieten je in de ogen”.
De gemeente Teylingen heeft 'Warmond' als recreatiedorp aangewezen.
De 'Warmonders' willen zo min mogelijk uitbreiding.

“Wees voorzichtig met plannen van de projectontwikkelaars”.



.
Met vriendelijk dank voor het ter beschikking stellen van de zeven 'verhalentafels van Anne van Delft' aan:

Lyanne de Visser
Bibliotheek Bollenstreek
vestiging Oegstgeest
Lange Voort 2 T
postbus 89
2340 AB Oegstgeest
tel: 071 5150587




.

Start Auteurs Bron Agenda Uitleg Actueel Vlootshow History Boek/Actie Reacties Links Zoeken
Verhalen Poelgeest Trekschuit Tolhuysch Postbrug Strandwallen Algemeen Boerhaave ZwarteTulp Keukenhof Manpadt Haarl_Meer
Leiden Oegstgeest Warmond Voorhout Noordwijk Noordw_hout Lisse Hillegom Vogelenzang Bennebroek Heemstede Haarlem

Bewerkt: zaterdag 3 november 2018